Kwaliteitszorg onderzoek

In internationale vergelijkingen scoort het onderzoek aan de Nederlandse universiteiten onverminderd hoog. Systematische evaluaties van wetenschappelijke kwaliteit en relevantie dragen daar sinds de jaren ’80 in grote mate aan bij. Door deze systemen voortdurend te verbeteren tonen de universiteiten en onderzoeksinstituten van KNAW en NWO zich eigenaar en bewaker van de hoge kwaliteit van de wetenschapsbeoefening.

De evaluaties van wetenschappelijk onderzoek worden uitgevoerd met het Standaard Evaluatie Protocol (SEP) ontwikkeld door KNAW, NWO en VSNU. Het huidige SEP functioneert voor de periode 2015-2021.

 

Het Standard Evaluation Protocol

 

Het zogeheten Standard Evaluation Protocol (SEP) geeft richtlijnen voor het evalueren van onderzoek en van onderzoeksbeleid. Alle onderzoeksinstituten en onderzoeksgroepen bij universiteiten worden eens per zes jaar door een externe evaluatiecommissie beoordeeld op drie standaarden:

  • Research quality
  • Relevance to society
  • Viability

 

Ter voorbereiding op deze evaluatie schrijft de onderzoeksgroep een zelfevaluatierapport. In dit rapport wordt aandacht besteed aan de bovengenoemde criteria en daarnaast aan de opleiding van promovendi en wetenschappelijke integriteit.
 

Vervolgens bezoekt de evaluatiecommissie de onderzoeksgroep tijdens de zogenoemde 'site-visit'. Samen met het zelfevaluatierapport vormt deze site-visit de basis voor het oordeel van de commissie.

 

Standard Evaluation Protocol 2015-2021

 

Het Standaard Evaluatie Protocol (SEP) beschrijft de doelstellingen en methodiek van de zesjaarlijkse evaluaties van het wetenschappelijk onderzoek dat aan de universiteiten en in de NWO- en KNAW-instituten wordt verricht.
 
Het SEP vormt sinds de jaren 90 de kern van het stelsel voor kwaliteitszorg van onderzoek en heeft zijn grote waarde inmiddels bewezen. In 2013 is het SEP 2009-2015 geëvalueerd en door de VSNU, NWO en KNAW geheel herzien om het stelsel beter te laten aansluiten op de eisen die wetenschap en maatschappij nu stellen.
 
De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het vorige SEP zijn:

  • Strategie van de onderzoeksgroep is leidend in het evaluatieproces;
  • Grotere en systematischere aandacht voor maatschappelijke relevantie;
  • Uitbreiding en aanscherping van de beoordeling van promotieopleidingen;
  • Introductie van een beoordeling van het wetenschappelijke integriteit beleid;
  • Schrappen van productiviteit als zelfstandig criterium;
  • Uitgeschreven beoordeling van de evaluatiecommissie ondersteund door een categorie (1, 2, 3 of 4)
  • Introductie van een nieuw scoremodel volgens 4-puntschaal om beter onderscheid te maken in de kwaliteit van onderzoeksgroepen;
  • Meer transparantie over de uitkomsten en follow-up van onderzoeksevaluaties.

 

 

Strategy Evaluation Protocol 2021-2027
 

Het Strategy Evaluation Protocol (SEP) voor 2021-2027 is vastgesteld door VSNU, NWO en KNAW. Het SEP wordt gebruikt om in een zesjarige cyclus de kwaliteit, relevantie en levensvatbaarheid van onderzoek in publieke instellingen in Nederland te evalueren. 

De zelfgestelde doelen en strategie van een onderzoekseenheid zijn daarbij leidend. Het nieuwe protocol is omgedoopt tot Strategy Evaluation Protocol om te benadrukken dat de evaluatie van het onderzoek wordt gedaan in de context van de doelen en strategie van de onderzoekseenheid. 

Het SEP is een flexibel instrument, bedoeld om met minimale inspanning maximale winst uit onderzoeksevaluaties te halen. De onderzoekseenheden kunnen zelf bepalen welke indicatoren ze geschikt achten voor het evalueren van het onderzoek van hun eenheid. De basis van de evaluatie vormt een zelfevaluatierapport van maximaal 20 pagina’s. De SEP-evaluaties geven besturen en onderzoekseenheden de gelegenheid de kwaliteit van het onderzoek te volgen en te verbeteren in het kader van de voortgaande institutionele kwaliteitszorgcyclus. Er worden geen kwantitatieve beoordelingscriteria meer gegeven aan onderzoekseenheden; de nadruk ligt op kwalitatieve beoordelingen waarmee de eenheid in de toekomst aan de slag kan. Ook krijgen aspecten als Open Science, Academic Culture, HR-beleid, en PhD-beleid aandacht in de evaluatie. Hiermee krijgen maatschappelijke ontwikkelingen zoals het erkennen en waarderen van wetenschappers een plek.