Wetenschappelijke integriteit

 

De universiteiten hechten veel waarde aan integriteit en de ethische aspecten van wetenschappelijk onderzoek. Het bewaken en versterken van de wetenschappelijke integriteit is namelijk essentieel voor de toekomst van onze universiteiten. De Nederlandse universiteiten bevorderen dat onderzoekers zich aan de normen voor goede onderzoekspraktijken kunnen en zullen houden. Bovendien nemen de universiteiten schendingen van de wetenschappelijke integriteit zeer serieus. Zij doen al het mogelijke om fraude te voorkomen en te traceren. Iedereen moet er namelijk op kunnen vertrouwen dat wetenschappelijk onderzoek integer is.

Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit
Op initiatief van KNAW, NFU, NWO, de TO2-federatie, de Vereniging Hogescholen en de VSNU heeft een commissie recent een nieuwe Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit opgesteld. Deze gedragscode is door alle universiteiten onderschreven en vanaf 1 oktober 2018 van kracht. De code bevat de vijf principes die de grondslag vormen van integer onderzoek:

  • Eerlijkheid
  • Zorgvuldigheid
  • Transparantie
  • Onafhankelijkheid
  • Verantwoordelijkheid

 

In de code zijn deze vijf principes uitgewerkt in 61 normen voor goede onderzoekspraktijken. Ook bevat de code richtlijnen voor de manier waarop moet worden omgegaan met veronderstelde schendingen van de wetenschappelijke integriteit. 

Aanleiding voor de nieuwe gedragscode wetenschappelijke integriteit
Sinds 2004 bestaat er een Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening. Omdat in de tussenliggende jaren de discussie over wetenschappelijke integriteit nationaal en internationaal niet heeft stilgestaan, hebben de besturen van de VSNU, KNAW, NWO en NFU in 2015 een Adviescommissie Verkenning Herziening Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening ingesteld. Deze commissie adviseerde in juni 2016 om een nieuwe code op te stellen met een herziene en verbeterde opzet. 

Het bovengenoemde adviesrapport is hier te vinden.

Het waarborgen van wetenschappelijke integriteit
Het is belangrijk dat onderzoekers kunnen werken in een open, veilige en inclusieve onderzoekscultuur. Waarin onderzoekers de normen voor goede onderzoekspraktijken met elkaar bespreken en elkaar aanspreken op het naleven van die normen. Universiteiten hebben hierin ook een grote verantwoordelijkheid. In de code zijn daarom zorgplichten voor de instelling geformuleerd. Hiermee tonen de universiteiten dat zij verantwoordelijk zijn voor het creëren van een werkomgeving waarbinnen goede onderzoekspraktijken worden bevorderd en geborgd. Dit betekent onder andere dat universiteiten in de opleidingen voor studenten en onderzoekers systematisch aandacht besteden aan de correcte manier van onderzoek doen. Of instellingen voldoende werk maken van het waarborgen van wetenschappelijke integriteit, wordt onder andere gecontroleerd bij de periodieke onderzoeksevaluaties. Wetenschappelijke integriteit maakt deel uit van het Standaard Evaluatie Protocol 2015-2021 dat voor die evaluaties gebruikt wordt. 

Procedure integriteitsschendingen
Bestaat er een vermoeden van een integriteitsschending, dan kan een klacht worden ingediend bij de commissie wetenschappelijke integriteit van de desbetreffende universiteit. Ook hebben de universiteiten minstens één vertrouwenspersoon wetenschappelijke integriteit, waarbij mensen met vermoedens van een schending te rade kunnen gaan. Als een klacht wijst op een schending van de wetenschappelijke integriteit, dan volgt een onderzoek door een integriteitscommissie. Als de klacht gegrond is, beslist het college van bestuur wat de consequenties zijn. Wanneer de klager of betrokkene het niet eens is met de uitspraak van de integriteitscommissie en het college van bestuur, kan hij of zij de zaak voorleggen aan het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI). Het LOWI brengt dan een onafhankelijk advies aan het betrokken college van bestuur uit. In deze infographic is de procedure gevisualiseerd.

Publicatie afgehandelde klachten
Op de VSNU-website staat een overzicht van de onderzoeken naar veronderstelde integriteitsschendingen. De stukken zijn geanonimiseerd, maar de naam van de universiteit publiceert de VSNU wel. Daarbij wordt de klacht omschreven, het advies van de commissie aan het college van bestuur en het oordeel van het college van bestuur. Als de zaak aan het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) is voorgelegd, volgt ook de kern van het LOWI-advies. Het is aan de betrokken universiteit hoe zij verder over de veronderstelde schending communiceert. De integriteitscommissie rapporteert in haar jaarverslag in ieder geval over de ingediende klachten.