Print
 
 

Sectorplannen pagina website

Het kabinet Rutte-III heeft besloten aan de hand van drie sectorplannen structureel €70 miljoen per jaar te investeren in de basis van het wetenschappelijk onderzoek. Door te investeren op basis van de sectorplannen, is het mogelijk om gericht onderzoekscapaciteit uit te breiden, (nieuw) onderzoekstalent aan te trekken en het aantal vaste aanstellingen te vergroten. Door deze aanpak kunnen bovendien overkoepelende doelen, zoals een toekomstbestendig onderwijsaanbod en het versterken van de strategische samenwerking tussen instellingen, bereikt worden.


Najaar 2018: opstellen sectorbeelden
Het opstellen van de sectorplannen gebeurt in verschillende stappen. Allereerst worden door twee kwartiermakers drie sectorbeelden opgesteld. Prof. dr. Bert Meijer maakt de beelden voor de sectoren bèta en techniek. Prof. dr. Mark Bovens maakt een sectorbeeld voor de sociale en geesteswetenschappen. Beide hoogleraren doen dit in de periode juli – december 2018 en stemmen daarbij nauw af met de betrokken decanen. In de sectorbeelden schetsen zij onder andere in welke onderzoeksgebieden geïnvesteerd moet worden en hoe binnen de sector effectiever samengewerkt kan worden. Het door het ministerie van OCW meegegeven kader voor de sectorplannen is hier te vinden. In een nieuwsbrief licht Mark Bovens de voortgang tot en met september toe. 


Van sectorbeelden naar faculteitsplannen
De kwartiermakers zullen hun sectorbeelden eind 2018 aan de minister van OCW aanbieden. Na goedkeuring van de sectorbeelden door de minister, kunnen de betrokken faculteiten begin 2019 faculteitsplannen indienen. Hierin geven zij aan hoe zij de beschikbare middelen gericht willen investeren, aansluitend bij de analyse uit het sectorbeeld. In de zomer van 2019 besluit de minister, daarover geadviseerd door twee nog in te stellen commissies, over de toekenning van de middelen aan de faculteiten.


Van de €70 miljoen die beschikbaar is voor de sectorplannen gaat €60 miljoen naar de domeinen Bèta en Techniek en €10 miljoen naar het domein sociale en geesteswetenschappen. Van de middelen wordt 20% via NWO in competitie uitgekeerd en gaat 80% direct naar de universiteiten.