Nieuwsberichten

Universiteiten versterken onderwijskwaliteit in sectorakkoord

Universiteiten versterken onderwijskwaliteit in sectorakkoord

De Vereniging van Universiteiten en minister Van Engelshoven hebben vandaag het Sectorakkoord Wetenschappelijk Onderwijs getekend. In dit akkoord wordt vastgelegd hoe de inzet van de studievoorschotmiddelen zal verlopen. De middelen worden geïnvesteerd in onderwijskwaliteit. Hierover maken de universiteiten, in overleg met medezeggenschap, zelf kwaliteitsafspraken. Daarnaast spreken minister en universiteiten af om de komende jaren samen te werken aan internationalisering, het tegengaan van werkdruk en de impact van onderzoek. Voor de universiteiten is het belangrijk dat het akkoord uitgaat van vertrouwen en autonomie. VSNU-voorzitter Pieter Duisenberg: “Nederlandse universiteiten behoren tot de top van de wereld. Voor het vasthouden van dat succes zijn we zelf verantwoordelijk. Universiteiten investeren daarom gericht in onderwijskwaliteit en zorgen dat ze met hun onderzoek, studenten en medewerkers een positieve bijdrage leveren aan de samenleving”. 

 

De afgelopen maanden heeft de Vereniging van Universiteiten onderhandeld over een sectorakkoord. Hierin zijn onder meer afspraken gemaakt over:

 

  • De besteding van studievoorschotmiddelen; door de invoering van het studievoorschot komt vanaf dit collegejaar geld vrij voor de kwaliteit van onderwijs. Het overgrote deel (90%) van dit budget kan door de universiteiten zelf, in goed overleg met de medezeggenschap, worden besteed. Door eerdere bezuinigingen en een doelmatigheidstaakstelling is er overigens pas in 2021 sprake van netto extra budget voor wetenschappelijk onderwijs. De studievoorschotmiddelen zullen onder andere worden ingezet voor kleinschalig onderwijs, talentontwikkeling, studentenwelzijn en docentprofessionalisering. 
  • Transparantie; met het oog op de publieke verantwoording ontwikkelen de universiteiten een sectordashboard waarin zij kerngegevens laten zien voor onderwijs, onderzoek en impact. De rapportages zullen een breed beeld geven van de ontwikkelingen in het hoger onderwijs. Specifiek voor de kwaliteitsafspraken geldt dat universiteiten in hun jaarverslag laten zien hoe het staat met de uitvoering. Daarnaast komt er in 2022 een check op de besteding van de studievoorschotmiddelen en wordt in 2024 de balans opgemaakt door de NVAO. 
  • Het versterken van de impact; wetenschap heeft een aanzienlijke, positieve invloed op de maatschappij. Om dit te versterken en te structureren blijven de universiteiten inzetten op versterking van de Knowledge Transfer Offices en op start-ups. Ook zal er meer worden samengewerkt aan belangrijke onderzoeksthema’s, bijvoorbeeld via de Nationale Wetenschapsagenda. 
  • Werkdruk; het terugdringen van werkdruk is een belangrijke prioriteit voor de komende jaren. Regeldruk is een van de oorzaken van werkdruk. De minister van OCW gaat daarom met de universiteiten in gesprek over het verminderen van de administratieve lastendruk rondom de accreditatie van opleidingen, bijvoorbeeld door middel van instellingsaccreditatie. 
  • Internationalisering; de universiteiten en de minister delen de opvatting dat internationale perspectieven van grote waarde zijn. Om deze ontwikkeling in goede banen te leiden werkt de VSNU samen met de VH aan een internationaliseringsagenda. Aandachtspunten hierin zijn onder andere taal, huisvesting en uitgaande mobiliteit. Bij de aansluiting op mondiale ontwikkelingen past ook de Nederlandse koploperspositie op het gebied van Open Science. 
  • Toegankelijkheid; de universiteiten zetten zich in om toegankelijkheid te waarborgen, de kwaliteit van selectiemethoden te verbeteren en transparantie rond selectie te vergroten. 
     

Met dit akkoord willen de universiteiten de komende jaren verder inzetten op het beste onderwijs en het meest toonaangevende onderzoek. Duisenberg: “Nieuwe tijden brengen nieuwe uitdagingen, maar de Nederlandse universiteiten laten al eeuwenlang, onder allerlei omstandigheden zien dat ze dat aankunnen. Het sectorakkoord geeft ruimte aan de academische gemeenschap zodat onderzoekers, studenten, externe belanghebbenden en bestuurders samen de koers naar de toekomst kunnen uitstippelen”.