Print
 
 

Universiteiten gaan zorgvuldig om met dierproeven

Het gebruik van proefdieren in dierproeven zijn vaak noodzakelijk om bijvoorbeeld goed onderzoek te doen naar de ontwikkeling van medicijnen en naar ernstige ziekten, maar ook naar methoden hoe dieren behandeld kunnen worden.

Om te zorgen dat proefdieren alleen gebruikt worden als het strikt noodzakelijk is, werken universiteiten aan het 3V-beleid. Universiteiten zorgen waar mogelijk voor (1) vervangende alternatieven voor proefdieronderzoek, ze (2) verminderen het aantal proefdieren, en (3) verfijnen het onderzoek zo dat het leed of ongemak voor een proefdier wordt verminderd. De universiteiten en UMC’s geven inzicht in het gebruik van proefdieren via het ‘Jaarverslag dierproeven’ en via publieksvoorlichting, rondleidingen en artikelen.

 

Thema's:

Het aantal proefdieren neemt af

Strenge vergunningen voor verschillende soorten proeven

Wetenschap zet in op alternatieven voor dierproeven

Het proces van een aanvraag van een dierproef

 

 

Het aantal proefdieren neemt af

 

Tussen 1978 en 2015 is het aantal proefdieren met 66,4% afgenomen. In 2015 zijn in totaal 528.159 dieren gebruikt voor dierproeven. Hiervan zijn er 165.239 (31,3%) gebruikt voor dierproeven bij universiteiten en universitair medisch centra zo blijkt uit het jaaroverzicht dierproeven en proefdieren 'Zo doende' van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De onderstaande tabel laat zien dat het in het overgrote deel van de gevallen gaat om muizen en ratten. In enkele vakgebieden is onderzoek met niet-humane primaten zoals apen nodig. Voor dit onderzoek is het namelijk noodzakelijk dat de anatomie en fysiologie van de proefdieren lijkt op die van de mens en zijn er geen alternatieven beschikbaar. Onderzoek met mensapen, zoals chimpansees en gorilla’s, is in Nederland verboden.

 

 

Strenge vergunningen voor verschillende soorten proeven

 

De overheid handhaaft strenge regels voor dierproeven. Er zijn meerdere soorten vergunningen nodig. Tegelijkertijd stelt de overheid dierproeven verplicht. Een medicijn of product moet veilig zijn voordat het gebruikt mag worden. Dit type testen wordt weinig aan universiteiten in Nederland uitgevoerd. Wel wordt er fundamenteel en toegepast wetenschappelijk onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld medicijnen en ziekten. Ook in het onderwijs worden proefdieren gebruikt, bijvoorbeeld in de diergeneeskunde. Het is in de Europese Unie verboden om cosmetica en grondstoffen voor gebruik in cosmetica op dieren te testen.

 

 

Wetenschap zet in op alternatieven voor dierproeven

 

Universiteiten werken aan het ontwikkelen van alternatieven voor dierproeven. Zo hebben zij speciale instituten en hoogleraren die zich richten op onderzoek naar alternatieven voor dierproeven en geven voorlichting aan onderzoekers hoe deze alternatieven te gebruiken. Ook maken onderzoekers steeds beter gebruik van bestaande dierproeven door bijvoorbeeld weefsels van gebruikte proefdieren te benutten voor verder onderzoek. Ook worden computermodellen ontwikkeld of worden kunstmatige weefsels gemaakt die proeven kunnen vervangen.

 

Het proces van een aanvraag van een dierproef

 

Voordat een dierproef gedaan kan worden en er proefdieren ter beschikking komen van onderzoek, moeten veel stappen gezet worden. Allereerst moet een instelling een vergunning voor een dierproef aanvragen bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Hierna wordt een plan en een niet-technische samenvatting ingediend bij een Instantie voor Dierenwelzijn (IvD). Ook wordt er een vergunning voor de uitvoer van het onderzoek aangevraagd bij de Centrale Commissie Dierproeven (CCD). De CCD krijgt advies van een Dierexperimentencommissie (DEC) en besluit vervolgens of er al dan niet een vergunning voor de uitvoering van het onderzoek wordt gegeven.

 

 

Na het afgeven van de vergunning kan de onderzoeker de dierproef uitvoeren. De CCD publiceert de niet-technische samenvatting. Tegelijkertijd kan een erkend belanghebbende, zoals de Dierenbescherming, bezwaar maken tegen de vergunning. De NVWA inspecteert of de regels voor dierproeven worden nageleefd. De IvD ziet toe op de juiste uitvoering van het onderzoek en gebruik van de juiste technieken. Wanneer er een overtreding wordt geconstateerd krijgt de vergunninghouder een officiële waarschuwing en moet de overtreding worden opgeheven.