Print
 
 

Financiële positie van de universiteiten

De financiële positie van de Nederlandse met publieke middelen gefinancierde universiteiten is stabiel. Tot die conclusie komt de Inspectie van het Onderwijs in de Financiële Staat van het Onderwijs 2017.

 

Hier leest u meer over de achtergrond van de huidige financiële positie van universiteiten en de verwachtingen voor de toekomst. Dit sectorbeeld is een optelsom van de positie van de 14 individuele universiteiten. Aan de rechterzijde van deze pagina kunt u een beknopte toelichting op de financiële positie per universiteit raadplegen.

 

Thema's:

Sector laat solide financieel beeld zien

Behoud solide positie niet eenvoudig

Bijstellingen in Rijksbijdrage veroorzaken gemiddeld exploitatieoverschot

Toenemend flexibele financiering

Toekomstverwachting: noodzakelijke investeringen leiden tot lagere exploitatieresultaten

 

 

Sector laat solide financieel beeld zien

 

Onderstaande tabel laat zien dat de financiële positie van de universiteiten op dit moment solide is. De solvabiliteit – de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen – is vrijwel constant gebleven rond 49%. Uit de current ratio van ongeveer 1 blijkt dat de universiteiten in staat zijn om ook op korte termijn aan hun financiële verplichtingen te voldoen. Deze ligt boven de signaleringswaarde van 0,5 die door de inspectie wordt gehanteerd. 
 

 

De tabel laat ook zien dat de universiteiten de afgelopen jaren gezamenlijk een positief exploitatieresultaat behalen. Dit resultaat is in verhouding tot de totale baten beperkt van omvang en ik 2017 daalde de rentabiliteit tot 1,1%. In 2017 bedroeg dit positieve resultaat De door OCW ingestelde Commissie Koopmans concludeerde dat positieve resultaten nodig zijn om het financiële weerstandsvermogen op peil te houden. Hiervoor zijn drie hoofdredenen. Ten eerste zijn de vervangingskosten van gebouwen en apparatuur hoger dan de afschrijvingen tegen de historische kostprijs. Ten tweede hebben universiteiten bij toenemend variabele inkomsten buffers nodig om financiële risico’s af te dekken. Ten derde hebben de universiteiten voor grote investeringen de keuze tussen eerst geld sparen of geld lenen en later terugbetalen. Zowel voor het financieren van investeringen uit eigen middelen als voor lenen is het voeren van solide financieel beleid met bijbehorende structureel positieve exploitatieresultaten, noodzakelijk.


De financiële positie verschilt tussen universiteiten onderling waarbij de staat van de wetenschappelijke infrastructuur een belangrijke rol speelt. In de documenten aan de rechterkant van deze pagina wordt per universiteit toelicht hoe deze positie past bij de lokale context. Waar de ene universiteit al volop aan het investeren is en hier in sommige gevallen ook vreemd vermogen voor gebruikt, is de andere universiteit aan het sparen om toekomstige investeringen te kunnen financieren.

 

Behoud solide positie niet eenvoudig

 

De financiële positie van universiteiten is solide, maar is de afgelopen jaren wel minder sterk geworden. Cijfers van het CBS laten zien dat in de periode 1998 – 2016 de financiële kengetallen solvabiliteit, liquiditeit en weerstandsvermogen in de sector wo het meest gedaald zijn. Momenteel bevindt de solvabiliteit van de universiteiten zich rond het gemiddelde van de alle onderwijssectoren.

 

 

 

Bijstellingen in Rijksbijdrage veroorzaken gemiddeld exploitatieoverschot


Voor universiteiten is het elk jaar onzeker of stijgende studentenaantallen en stijgende lonen en prijzen worden omgezet in een Rijksbijdrage die hiermee in lijn ligt. Dit is in het verleden niet altijd het geval geweest en dus kunnen de universiteiten hier niet zonder meer van uitgaan. Onderstaande grafiek laat zien dat er vaak pas in het najaar duidelijkheid komt over bijstellingen van het bedrag dat universiteiten van de overheid ontvangen. Het is dan lastig voor universiteiten om extra middelen nog in hetzelfde kalenderjaar uit te geven. Universiteiten spelen echter steeds beter in op deze ontwikkeling. In 2017 is het exploitatieresultaat €62,3 mln. terwijl de bijstelling vanuit het Rijk gedurende hetzelfde jaar bijna €175 mln. bedroeg. 
 

 

Toenemend flexibele financiering


De financiering van universiteiten is in toenemende mate onzeker. Het aandeel van de rijksbijdrage neemt af in de inkomsten en de afhankelijkheid van variabele onderzoeksfinanciering, collegegelden en private inkomsten neemt toe. Ook de rijksbijdrage zelf spelen variabele componenten als studentenaantallen en behaalde diploma’s een steeds grotere rol. Het overgrote deel (circa 80%) van de universitaire lasten, zoals personeels-, huisvestings- en afschrijvingslasten, ligt echter relatief vast. Dit maakt dat universiteiten behoedzaam zijn de uitgaven structureel te verhogen, wanneer het behoud van inkomsten op termijn onzeker is.
 

 

Toekomstverwachting: noodzakelijke investeringen leiden tot lagere exploitatieresultaten


Uit de continuïteitsparagraaf in de jaarverslagen blijkt dat universiteiten in de komende jaren negatieve exploitatieresultaten verwachten. Dit wordt in belangrijke mate veroorzaakt door de huisvestingsopgave waar veel universiteiten de komende jaren voor staan om de kwaliteit van infrastructuur van onderwijs en onderzoek te kunnen waarborgen. In 1995 hebben de universiteiten hun huisvesting en faciliteiten overgenomen van het Rijk. Daarmee kregen zij ook de verantwoordelijkheid voor onderhoud en nieuwbouw. Gezien het feit dat een groot deel van de universitaire huisvesting en faciliteiten is verouderd, doen veel universiteiten nu of in de nabije toekomst een beroep op hun financiële middelen om de noodzakelijke investeringen te financieren. Dit zal leiden tot een afname van liquide middelen bij universiteiten. Meer informatie over huisvesting is te vinden op deze webpagina

 

 

Voor vragen over de financiële positie van een individuele universiteit, kan contact worden opgenomen met de desbetreffende universiteit.