Print
 
 

De reis van de nieuwe Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit 

02-10-2018

 

De VSNU blogt! Door middel van korte verslagen bieden we een inkijkje in de werkzaamheden van de Vereniging van Universiteiten. Deze week het woord aan onze beleidsadviseur Kim Huijpen. Zij schrijft over de nieuwe Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit.

 

Iedereen moet zich aangesproken voelen tot de code
Een begeesterde schrijfcommissie van voorzitter prof. dr. Keimpe Algra, prof. dr. Lex Bouter, prof. mr. dr. Antoine Hol en mr. dr. Jan van Kreveld. Vrijwel elk weekend bereid om per mail van gedachten te wisselen over de wetenschappelijke integriteit. Hoe zorgen we dat de nieuwe Nederlandse code binnen de kaders blijft van de nieuwe ALLEA code? Hoe formuleren we een helder onderscheid tussen schendingen van de wetenschappelijke integriteit, bedenkelijk gedrag en lichte tekortkomingen? En ten slotte de vertaling van de gedragscode naar het Engels. Ook daar zijn deze zomer vele digitale discussies over gevoerd. Eén van de conclusies: wetenschappelijk onderzoek wordt vertaald met ‘scientific and scholarly research’. Opdat niet alleen natuurwetenschappers, maar ook geesteswetenschappers en rechtsgeleerden zich door de code aangesproken voelen.


Trots, maar met een kleine zucht
In het najaar van 2016 werd de commissie herziening Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit ingesteld. Twee jaar later heeft prof. dr. Keimpe Algra de nieuwe code aangeboden aan minister Van Engelshoven. Vol trots. Maar ook met een klein zuchtje. Want wat heeft er veel werk gezeten in het schrijven van de nieuwe code. En wat leek de schrijfcommissie toe aan vakanties zonder ingewikkelde mailwisselingen. Over filosofische vragen en dubbele punten en puntkomma’s. Of toch niet? 


Als het vuur voor het bevorderen van goede onderzoekspraktijken éénmaal is gaan branden, doof je dit niet snel meer. Ik merk het zelf ook. Vele versies van de code zijn door mijn handen gegaan. Ik heb de nodige punten op de i gezet. En het bestuurlijk overleg over de code steeds zorgvuldig voorbereid. Het bijdragen aan een goed functionerende wetenschap. Het laat je niet meer los. 


En zo vergaat het ook de schrijfcommissie. “En zo hadden we toch weer een volgend project …” schreef prof. dr. Keimpe Algra is één van zijn meest recente e-mails. De minister heeft de commissie namelijk verzocht de Rijksvoorwaarden voor (beleidsgericht)onderzoek te toetsen aan de nieuwe gedragscode wetenschappelijke integriteit. Zij heeft gisteren onderstreept dat zij het belangrijk vindt dat ook de rijksoverheid als opdrachtgever werkt volgens de nieuwe code. De commissie zal hierbij ondersteund worden door het ministerie. Mijn taak zit er dus wèl echt op.


De lancering is pas het begin
Of toch niet? De lancering van de nieuwe gedragscode wetenschappelijke integriteit is natuurlijk nog maar het begin. Het is nu aan de universiteiten om te zorgen dat wetenschappers de code ook echt kennen. Universiteiten zijn ervoor verantwoordelijk dat onderzoekers kunnen werken in een werkomgeving waarbinnen goede onderzoekspraktijken worden bevorderd en gewaarborgd. De instellingen zullen dan ook aan zorgplichten voldoen om te bevorderen dat onderzoekers zich aan de normen voor goede onderzoekspraktijken kunnen en zullen houden. Dit vraagt nog de nodige inzet van de universiteiten. En bij deze belangrijke verwerkelijking van de nieuwe code blijf ik graag betrokken. 


Kim Huijpen, de trotse secretaris van de commissie herziening Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit