Drempels naar open access

Josephine Scholten, directeur van de VSNU, ziet nog een aantal drempels op de route naar open access en benoemt er drie. Het eigendomsrecht van publicaties dat de onderzoeker overdraagt aan de uitgeverij, het huidige beloningssysteem waarin de prestige van het tijdschrift leidend is en de mogelijkheden voor open access die nog te onbekend zijn.

Eigendomsrecht

Open access vergroot de toegankelijkheid van publicaties. De huidige regeling rond het eigendomsrecht vormt een belangrijke drempel voor toegankelijkheid, denkt Scholten. “Nu is het nog zo dat het eigendomsrecht van een artikel bij publicatie veelal wordt overgedragen aan de uitgever. Dat maakt dat hergebruik van resultaten voor andere doelen, bijvoorbeeld voor het onderwijs, nog niet zomaar kan. Maar nu de techniek door verdere digitalisering geen belemmering meer is voor verspreiding, is het vanzelfsprekend overdragen van het eigendomsrecht uit de tijd. En dus is het nodig om te komen tot nieuwe afspraken, zeker voor publicaties over onderzoek dat met publiek geld gefinancierd is. Gelukkig is dit in de open access big deals al goed geregeld. En deze lijn moeten we voortzetten.”

 

Beloningssysteem

Tweede belangrijke drempel is dat wetenschappelijke carrières nu nog sterk afhankelijk zijn van de impact van publicaties. In welk tijdschrift publiceer je, hoe gerenommeerd is het tijdschrift, en hoe vaak publiceer je daarin? Die vragen zijn nu heel bepalend voor een wetenschappelijke carrière, terwijl dit niet alleen iets zegt over de waarde van het onderzoek. “Waar we natuurlijk naartoe moeten is dat tijdschriften van naam en faam open access tijdschriften worden. Maar belangrijke tijdschriften met een hoge impactfactor zijn vooralsnog niet bereid die stap te maken, zonder de kosten van het wetenschappelijk publicatieproces sterk te verhogen.”

Om een blijvende verandering te realiseren is het daarom ook nodig om de grondslagen van het ‘beloningssysteem voor wetenschappers’ aan te passen. Scholten: “Daarbij is het heus niet zo dat we af zouden moeten van een systeem waarin het ene tijdschrift meer prestige geniet dan het andere. Uiteindelijk gaat het om het honoreren van gedegen onderzoek en de toegankelijkheid ervan. Van onderzoeksinstellingen vraagt dat een focus op de waarde van het onderzoek. Hoe we dat goed kunnen bepalen is daarbij een belangrijke vraag. Verwijzingen en citaties blijven belangrijk evenals een goede kwaliteit van het artikel. Ik geloof daarbij in een coöperatief model, waarbij uitgevers nog steeds een rol kunnen spelen in publicaties en peer reviews. En wel zo dat we met elkaar het hogere doel dienen. Gelukkig is dit in de open access big deals al goed geregeld. En deze lijn moeten we voortzetten.”

 

Onbekendheid

Ten slotte speelt volgens Scholten de onbekendheid over wat er inmiddels al met een aantal belangrijke wetenschappelijke uitgeverijen is afgesproken over open access een rol in de academische wereld. “Via de combinatie van leesrechten en open access publiceren bij deze uitgeverijen kopen wij als het ware prepaid open access. Een postdoc op een afdeling, is helemaal niet bezig met financiële arrangementen rondom tijdschriften. Die richt zich primair op het onderzoek, gelukkig.”

Die onbekendheid, daar moet iets aan gedaan worden, stelt Scholten. “Nog niet iedereen heeft door dat via collectieve deals al geregeld is dat zij veelal zonder aanvullende kosten open access kunnen publiceren. Aan ons de taak om dat telkens goed uit te leggen. Maar ook om te laten zien dat er een individu overstijgend belang is om met elkaar open access te gaan publiceren.”

 

En nu?

Samen optrekken, goed vooruit blijven kijken en met elkaar dat hogere doel overeind houden; dat is waar het volgens Scholten de komende tijd op aan zal komen. “Zodat meer van de wetenschappelijke kennis, verkregen uit publieke financiering, beschikbaar komt voor de samenleving. Dat is immers waar we het allemaal voor doen.”

Met het buitenland op stap

In het buitenland is met belangstelling naar de Nederlandse aanpak gekeken. Regelmatig verschijnen er publicaties in de internationale media over ‘The Dutch Approach’.

Dutch lead European push to flip journals to open access’ kopt Nature op 6 januari 2016. In dat artikel wordt grote waarde toegekend aan de ‘big deals’ die de onderhandelaars met de uitgeverijen hebben gesloten. Volgens Paul Ayris, hoofd bibliotheekdiensten van University College London zijn de resultaten daarvan zelfs ‘a great step forward to an OA world’.

 

Dutch universities dig in for long fight over open access’, schrijft Times Higher Education (THE) op 8 januari 2015. In dat artikel ruim aandacht voor de principiële stellingname en de standvastigheid van de Nederlandse onderhandelaars: ‘Gerard Meijer, president of Radboud University and one of the lead negotiators for the Dutch universities, said that in addition to preserving access to their subscription journals, the universities wanted publishers to permit all future articles whose corresponding author has a Dutch affiliation to be published on an open access basis for no extra charge. He said universities were also unwilling to tolerate any more above-inflation price rises.’

 

Volop kennis delen

Overigens wordt er ondertussen uitgebreid samengewerkt door diverse Europese landen en deelt Nederland volop zijn kennis. Binnen het samenwerkingsverband van Europese Universiteiten (EUA) is een werkgroep over open access ingesteld, waar actief kennis wordt uitgewisseld. Ook gaat de groep gezamenlijk in gesprek met vertegenwoordigers van uitgeverijen om onderliggende vragen rond het businessmodel verder te verkennen. Vertegenwoordigers van het Nederlandse onderhandelingsteam reizen ook rond om presentaties te houden over de Nederlandse aanpak in de onderhandelingen en wat we daarin leren. In de UK en Finland worden ondertussen vergelijkbare stappen gezet. We zien de resultaten vol verwachting tegemoet.

Omvang van het Nederlandse speelveld in beeld

De informatie over de inhoud en omvang van de contracten tussen de uitgeverijen en de Nederlandse universiteiten is niet publiek vanwege de geheimhoudingsclausules in de contracten. In de zomer van 2016 is er een verzoek gedaan aan de universiteiten in het kader van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) om deze informatie openbaar te maken. Na een zorgvuldige procedure zijn de cijfers bekend geworden over de omvang van de markt voor wetenschappelijke publicaties door de universiteiten in Nederland (exclusief de Open Universiteit). De informatie en een toelichting hierop is beschikbaar via deze link.

 

‘The Dutch Approach’

Nederland behoort tot de snelst groeiende open access landen ter wereld. Waar een klein land groot in kan zijn… Wat is het geheim van ‘the Dutch Approach’?
Vier succesfactoren die standhouden en enkele uitdagingen in beeld.

Uniek onderhandelingsmodel

 

“De overeenkomst is een mooi voorbeeld van wat je kunt bereiken als alle universiteiten samenwerken en hun rug recht houden.”

 

Aldus Gerard Meijer op Voxweb, vlak na de

bekendmaking van de belangrijke overeenkomst met Elsevier. In de afgelopen anderhalf jaar hebben de collegevoorzitters van de universiteiten Meijer, Becking en Winter het voorrecht gehad dat zij namens alle universiteiten en hogescholen van Nederland, alle universiteitsbibliotheken en de Koninklijke Bibliotheek de onderhandelingen met de uitgevers mochten voeren. Een stem namens de hele BV Nederland.

In andere landen zien we wel dat er collectief wordt onderhandeld door een consortium, maar veelal op een andere manier. In het Verenigd Koninkrijk en Finland is ook gekozen voor deze gezamenlijke onderhandelingen vanuit een vertegenwoordigende organisatie die voor dit doel is opgericht. Het Nederlandse onderhandelingsmodel maakte het mogelijk om massa te creëren. Dat dit belangrijk is, wordt ook uitgebreid betoogd in het onderzoek dat Shulenburger daar deze zomer over publiceerde. Dat heeft de slagkracht en de positie van de onderhandelaars aan de onderhandelingstafel fors versterkt.

Trouw aan principes

 

“We are willing to pay publishers for the work they do, but Elsevier’s profit margin is approaching 40 percent, and universities have to do the (editing) work and pay for it. We aren’t going to accept it any longer.

I think from the fact that Elsevier is not willing to move much, they simply still don’t believe it. Well, they got us wrong.”

 

Deze quote van VSNU-onderhandelaar Gerard Meijer (collegevoorzitter Radboud Universiteit) in Times Higher Education (THE) illustreert de standvastigheid van de Nederlandse inzet tijdens de soms moeizame onderhandelingen met acht grote wetenschappelijke uitgeverijen. Of, zoals Times Higher Education het uitdrukt: ‘Professor Meijer insisted that Dutch universities were determined not to bend’.

 

De uitgangspunten van het Nederlandse onderhandelingsteam zijn van meet af aan zo helder als glas, en aan die uitgangspunten wordt niet getornd. Zo moet de overgang naar open access in de ogen van de Nederlandse universiteiten, budgetneutraal plaatsvinden. “Dat betekent dat we niet extra kunnen en willen betalen voor open access publiceren”, legt Robert van der Vooren, projectleider open access bij de VSNU de Nederlandse inzet uit. Deze uitgangspunten worden ook keer op keer bevestigd in de vergaderingen van de bestuurders van de Nederlandse universiteiten waar voor elke deal een mandaat wordt afgesproken.

 Politiek doet mee

 

“Mijn streven is erop gericht om binnen tien jaar, dus per 2024, de volledige omslag naar Open Access Golden road te realiseren.”

 

Aldus staatssecretaris Sander Dekker in zijn

brief aan de Tweede Kamer op 15 november 2013. Op 23 maart 2015 schrijft de staatssecretaris bovendien een non-paper met zijn Britse ambtsgenoot Greg Clark om een oproep te doen aan de andere Europese onderwijsministers om zich ook in te zetten voor open access. Ondertussen is deze politieke steun verder verbreed. In vrijwel alle partijpolitieke programma’s in Nederland is het stimuleren van open access en open science opgenomen. Deze politieke steun is een duwtje in de rug voor de onderhandelaars.

Ook in Europees verband is de politieke steun duidelijk zichtbaar, zoals blijkt uit de gezamenlijke verklaring die Eurocommissaris Moedas en staatssecretaris Sander Dekker uitbrachten. In het voorjaar van 2016 was open access een speerpunt tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap. Tijdens formele bijeenkomsten met Europese ministers, maar ook tijdens een speciaal congres op 4 en 5 april heeft open access zowel nationaal als internationaal een boost gekregen. Op Europees niveau is in september 2016 het Open Science Policy Platform (OSPP) opgericht. Vanuit dit platform worden op Europees niveau landen gestimuleerd om concreet aan de slag te gaan met zowel open access als open science.

Delegatie met gewicht

 

In tegenstelling tot wat gebruikelijk is, hebben de VSNU en de UKB (het samenwerkingsverband van de Nederlandse universiteitsbibliotheken en de Koninklijke Bibliotheek) de onderhandelingen naar het bestuurlijk hoogste

niveau getrokken. Waar normaal gesproken directies van bibliotheken met de uitgeverijen in gesprek moeten, is dat nu opgepakt door enkele collegevoorzitters van universiteiten, die via de VSNU en met ondersteuning van SURF onderhandelden met het mandaat van álle universiteiten en universiteitsbibliotheken. Daardoor is er van meet af aan op het hoogste niveau bestuurlijke aandacht voor het onderwerp. Deze sterke basis maakt het mogelijk om op een ander strategisch niveau met elkaar om tafel te gaan zitten.

'THE DUTCH APPROACH'

NEDERLANDSE SPEELVELD
IN BEELD

DREMPELS NAAR
OPEN ACCESS

MET HET BUITENLAND
OP STAP