Meer impact door open access

Publiek gefinancierd wetenschappelijk onderzoek moet vrij toegankelijk zijn. Dat is niet alleen goed voor de portemonnee maar vooral ook voor de zichtbaarheid van het onderzoek. In 2014 zijn onderhandelingen gestart met acht grote (inter)nationale wetenschappelijke uitgeverijen om wetenschappelijk onderzoek open access te publiceren. En met resultaat. Nederland is het snelst groeiende open access-land ter wereld. Mondiaal wordt Nederland zelfs gezien als een change agent.

Resultaten van wetenschappelijk onderzoek worden gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften. Voor deze tijdschriften gelden hoge abonnementskosten. De Nederlandse universiteiten verenigd in de VSNU, de universiteitsbibliotheken en de Koninklijke Bibliotheek (tezamen UKB) vinden dat wetenschap voor iedereen vrij toegankelijk (open access) moet zijn. Het meeste onderzoek is immers publiek bekostigd. Daarnaast is open access goed voor Nederlandse onderzoekers; de publicaties zijn op internet beter vindbaar en worden daardoor vaker geciteerd. Zo concludeert de Amerikaanse onderzoeker Jim Ottaviani in de zomer van 2016 dat open access publicaties tot vijf keer meer geciteerd worden dan de traditioneel gepubliceerde artikelen.

 

V.l.n.r.: onderhandelaars Jaap Winter, Koen Becking en Tim van der Hagen.

 

Startschot

Staatsecretaris Dekker van het ministerie van OCW heeft het startschot gegeven voor de doelstelling voor open access. Hij heeft de ambitie uitgesproken dat in 2024 100% van de Nederlandse wetenschappelijke publicaties open access is. In de raadsconclusies van de Europese ministers naar aanleiding van het Nederlands voorzitterschap van de EU, is zelfs afgesproken dat per 2020 open access de standaard wordt op Europees niveau.

 

Wisselende reacties

De uitgeverijbranche heeft wisselend gereageerd. De grote uitgeverijen Springer, Sage, Wiley, Taylor & Francis en Elsevier hebben een overstap naar open access gemaakt. Opvallend is dat marktleider Elsevier enigszins terughoudend heeft gehandeld, door in lijn met het voorgestelde gefaseerde beleid een geleidelijke groei van 10% per jaar af te spreken. In het afgelopen jaar is ook met een aantal kleinere uitgeverijen een overeenkomst bereikt over open access. Bijvoorbeeld met Walter de Gruijter en Emerald.

 

 

“Meer kennis komt beter beschikbaar voor meer mensen. De versnelling bij open access publiceren merk ik sinds een jaar of vijf nu. We zijn er nog lang niet, maar dit is het begin van een beweging naar universele toegankelijkheid.”

Marcel Levi – vertrekkend bestuursvoorzitter AMC

 

 

Niet onopgemerkt

De Nederlandse onderhandelingen zijn niet onopgemerkt gebleven. Bij zijn eerste optreden in Brussel bij de Nederlandse kennisgemeenschap zei Carlos Moedas, EU-commissaris voor Research, Science en Innovation: “Your emphasis on Open Access to scientific publications, in particular, could not be more in line with what I hope to achieve through Open Science over the course of my mandate. I think the Netherlands can contribute a great deal to policy discussions on this matter. You are already leading by example. We need to shift our focus from publishing as soon as possible, to sharing and collaborating as soon as possible.”

 

Rijdende trein

Inspanningen van grote instellingen als de Max Planck Society en bottum-upinitiatieven vanuit het veld, waarvoor de linguïsten van Lingua het startsein hebben gegeven, helpen om open access nu snel verder te brengen.

Het is duidelijk: we zitten op een rijdende trein. En we liggen op koers als we de ambitie van de staatssecretaris als meetlat nemen. Dit proces is onomkeerbaar.

 

De resultaten

Sinds 2014 zijn Gerard Meijer (collegevoorzitter van de Radboud Universiteit Nijmegen), Koen Becking (collegevoorzitter van Tilburg University) en Jaap Winter (collegevoorzitter van de VU Amsterdam) namens de UKB, de VSNU en SURF in gesprek gegaan met acht grote uitgeverijen, die samen 70 tot 80 procent van de omzet van alle Nederlandse wetenschappelijke publicaties voor hun rekening nemen. Vanaf 2017 wijzigt het team dat de onderhandelingen voert, waarbij Tim van der Hagen (TU Delft) vertrekkend onderhandelaar Gerard Meijer opvolgt.

 

Bron: contracten tijdschriftabonnementen tussen uitgeverijen en de Nederlandse universiteiten

 

Deze grafiek laat zien welke contractuele afspraken de onderhandelaars hebben gemaakt met zeven van de acht grootste uitgeverijen over het aantal artikelen dat jaarlijks open access gepubliceerd wordt. Dit is weergegeven in de grafieklijn ‘Contractueel overeengekomen aantal open access artikelen’. Deze lijn is gebaseerd op een conservatieve inschatting van de resultaten. Waar een concrete afspraak is gemaakt in een contract is dit opgenomen. Indien het contract niet doorloopt tot 2018 is gekozen om het aantal artikelen niet te prognosticeren maar uit te gaan van de laatste afspraak.

Om zichtbaar te maken dat hiervoor niet substantieel meer is betaald, is de reeks weergegeven voor de kostenontwikkeling van de uitgeverscontracten. De kostenontwikkeling betreft de totale uitgaven aan wetenschappelijke tijdschriften inclusief open access publiceren. De weergegeven kostenontwikkeling houdt geen rekening met de afname in article processing charge (APC) uitgaven door individuele onderzoekers, als gevolg van de substitutie door de bereikte prepaid open access overeenkomsten. Hierdoor zal de jaarlijkse kostenstijging in werkelijkheid lager uitpakken (in de grafiek weergegeven met één neerwaartse pijl).

 

Dit zijn de acht grote uitgeverijen waarmee de VSNU in onderhandeling is:

 

1. Elsevier

2. Springer

3. Sage

4. Wiley

5. Oxford University Press (OUP)

6. Taylor & Francis

7. American Chemical Society (ACS)

8. Kluwer