‘Big deals’ en ‘prepaid’

Om resultaten te bereiken in de onderhandelingen moet de basis op orde zijn. Wat is dat precies, open access? Waarom is dat zo belangrijk? Hoe kunnen we de unieke kracht van uitgeverijen en universiteiten zo veel mogelijk versterken en met welk resultaat?

‘Big deals’ en ‘prepaid’ open access

De universiteiten strijden voor open access publicaties in belangrijke wetenschappelijke tijdschriften. Universiteiten hebben bij grote uitgeverijen tijdschriftabonnementen en er wordt onderhandeld over de voorwaarden van deze abonnementen. Deze onderhandelingen worden ook wel de ‘big deal’ onderhandelingen genoemd. De abonnementen worden sinds een tiental jaren door de uitgeverijen in package-deals aangeboden. Universiteiten verlengen aflopende contracten onder de voorwaarde dat de uitgeverijen bereid zijn om serieuze stappen te zetten om open access dichterbij te brengen.

Het is niet de insteek van de VSNU om over te stappen naar een ‘individueel APC-model’. Dat is een model waarbij een individuele auteur vooraf betaalt om een artikel direct vrij toegankelijk beschikbaar te stellen. Het voorkeurscontract in Nederland wordt in het buitenland ook wel geduid als ‘prepaid’ open access. Met de afzonderlijke wetenschappelijke uitgevers worden afspraken gemaakt over de abonnementsgelden voor wetenschappelijke tijdschriften namens alle Nederlandse universiteiten. Hierbij worden in de lopende big deal contracten de kosten die samenhangen met licenties en open access publiceren in één keer vooraf voldaan. Dit zorgt ervoor dat individuele Nederlandse auteurs hier niet zelf afspraken over hoeven te maken en dat er geen individuele transacties nodig zijn. In Nederland zetten we ons dus in om als collectief te onderhandelen met de grote uitgeverijen, zodat een individuele auteur niet zelf hoeft te onderhandelen en een bedrag moet betalen om zijn artikel open access gepubliceerd te krijgen.

 

Waarom open access?

Resultaten van wetenschappelijk onderzoek worden gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften van grote (internationale) uitgeverijen. Voor wetenschappelijke tijdschriften gelden hoge abonnementskosten, waardoor alleen kapitaalkrachtige instellingen als universiteiten en ziekenhuizen daar toegang toe hebben. Andere geïnteresseerden, zoals leraren, patiënten, beleidsmakers of MKB-bedrijven, hebben vaak geen vrije toegang.

 

Nederlandse universiteiten stellen zich op het standpunt dat wetenschap voor iedereen vrij toegankelijk (open access) moet zijn. Het meeste onderzoek is immers publiek bekostigd. Open access helpt onderzoekers om hun resultaten breder te verspreiden, iets waar de samenleving van kan profiteren. Zo kunnen artsen, behandelaars en patiënten bijvoorbeeld kennisnemen van de nieuwste inzichten in behandelwijzen. Ook helpt open access bedrijven bij het ontwikkelen en toepassen van innovaties, en kunnen leraren en scholieren dankzij vrije toegang wetenschappelijke kennis makkelijker betrekken bij hun lessen en werkstukken. Bovendien kent open access geen geografische begrenzingen, waardoor bijvoorbeeld ook wetenschappers in ontwikkelingslanden toegang hebben tot de nieuwste wetenschappelijke inzichten.

 

Twee gangbare routes

Er zijn twee gangbare routes naar open access: de groene en de gouden route. De groene route gaat ervan uit dat de auteur zijn/haar werk zelf openbaar maakt door het manuscript in een (universitaire) repository, een vrij toegankelijke database, te deponeren. Dat kan nu al bij alle Nederlandse universiteiten. Uitgeverijen staan dat ook toe, maar hanteren wel vaak een wachttijd, een embargoperiode, die per tijdschrift verschilt. Wie resultaten snel wil inzien, moet betalen. Wie geduld heeft, krijgt ze gratis.

In de gouden route worden publicaties via de websites van uitgeverijen open access gemaakt. Na publicatie is het vervolgens voor iedereen gratis online toegankelijk. De vergoeding die de uitgeverij ontvangt, wordt in dit geval niet betaald door de lezer maar door de aanbieder van de publicatie in de vorm van een article processing charge (APC). Uitgeverijen als BioMed Central, Public Library of Science (PLOS) en Frontiers werken al op die manier. Veel uitgeverijen bieden daarnaast een tussenvorm van open access (‘hybride tijdschriften’). Deze tijdschriften kennen een mengvorm waarbij een deel van de artikelen alleen voor de abonnees beschikbaar zijn en een deel voor iedereen via open access is in te zien.

 

Goud voor een duurzame oplossing

De Nederlandse overheid is sterk voorstander van open access. Staatssecretaris Dekker wil toewerken naar 100% open access van de Nederlandse publicaties in 2024, zo kondigde hij aan in zijn brief aan de Tweede Kamer van 15 november 2013. Daarbij kiest Nederland voor de gouden route. Ook Engeland, Zweden en Hongarije kiezen voor de gouden route. Landen als Denemarken, België en de VS staan juist de groene voor. Duitsland en Finland maken geen keuze en supporten beide routes. Het EU-onderzoeksprogramma Horizon2020 heeft eveneens ‘een lichte voorkeur’ voor de groene route.

De VSNU ondersteunt die keuze voor de gouden route. ‘Groen’ is een goede aanvulling op de mogelijkheden die er nu al zijn en een mooie tussenstap, maar niet de duurzame oplossing die nodig is, aldus de VSNU. De verwachting is immers dat de gouden route op termijn in de plaats gaat komen van het huidige publicatiemodel.