Print
 
 

Gender

De Nederlandse wetenschap laat vrouwelijk talent onbenut, vooral in hogere functies. In 2014 werd maar 17,1% van de hoogleraren-fte’s door vrouwen bezet. Hiermee laat Nederland slechts drie EU-landen achter zich (LNVH, 2015). Dat betekent dat andere landen er veel beter in zijn om de talenten van vrouwelijke wetenschappers te benutten dan Nederland. Als het percentage vrouwelijke hoogleraren de komende jaren in het huidige tempo blijft doorgroeien, duurt het nog lang totdat we een gelijke man-vrouw verdeling hebben.

 

De universiteiten willen dit gezamenlijk aanpakken en hebben elk streefcijfers geformuleerd voor het percentage vrouwelijke hoogleraren in 2020 (zie onder). Universiteiten ontplooien verschillende initiatieven om deze streefcijfers te realiseren. Zo maken de universiteiten het mogelijk dat de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren van LNVH (Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren) in 2016 in een “lightversie” wordt uitgevoerd. Vanaf 2016 hebben de universiteiten bovendien de aantallen vrouwelijke universitair hoofddocenten en universitair docenten meer gedetailleerd in kaart gebracht. De VSNU actualiseert deze cijfers jaarlijks. Zo moet meer zicht ontstaan op de potentiële doorstroom en de huidige haperingen daarin. Daarnaast gaan universiteiten hun best practices op dit gebied actief delen om zo nog meer van elkaar te kunnen leren.

 

In 2018 is het gemiddelde aandeel vrouwelijke hoogleraren over alle universiteiten voor het eerst 23%. In 2021 zal duidelijk worden of de streefcijfers zijn gehaald. 

 

Meer informatie over dit onderwerp kunt u vinden op onze website bij Feiten & Cijfers, de website van de LNVH en de website van SoFoKles.