Print
 
 

WNT

 
Sinds 1 januari 2013 is de ‘Wet Normering Topinkomens’ (WNT) van kracht gegaan. Deze wet stelt grenzen aan de inkomens van bestuurders en toezichthouders in de publieke sector. Per 1 januari 2016 zijn de normen verder verlaagd, door een aanscherping van de wet (WNT2). Het maximum komt nu ongeveer overeen met een ministerssalaris. Het wettelijk maximum geldt niet voor medewerkers, wel moeten universiteiten in hun jaarverslag (geanonimiseerd) openbaar maken hoeveel niet-topfunctionarissen een bezoldiging boven de WNT-2 norm hebben ontvangen en hoe hoog deze bezoldiging was.

 

Naleving WNT-norm 2016

 
In het kader van de Wet Normering Topinkomens (WNT) rapporteren alle universiteiten in hun jaarverslag over de bezoldiging van bestuurders en toezichthouders. De tabellen onderaan deze pagina geven een overzicht van de bezoldigingen in 2016, op basis van de universitaire jaarverslagen 2016. Hierbij worden ook gewezen bestuurders vermeld, die nog steeds in dienst zijn van de universiteit. In de meeste gevallen zijn zij actief als hoogleraar. 
 
De bezoldiging van alle nieuw benoemde bestuurders van universiteiten voldoet in 2016 aan de WNT2-norm van €179.000. Voor aanstellingen van daarvoor geldt een overgangsregeling. In dat geval bedraagt de bezoldiging maximaal de WNT-norm van 2015, gesteld op €230.474. Voor de raden van toezicht gold in 2016 een maximale bezoldiging van €34.571 voor een voorzitter en €23.074 voor een lid. Onder het personeel van de universiteiten hebben 86 medewerkers in 2016 een salaris ontvangen van boven de WNT2- norm. 
 
 

Bestuurders

 

Toezichthouders

Niet-topfunctionarissen

Voor niet-topfunctionarissen geldt geen bezoldigingsnorm. Wel moeten de universiteiten in hun jaarverslag (geanonimiseerd) openbaar maken hoeveel niet-topfunctionarissen een bezoldiging boven de WNT-2 norm hebben ontvangen en hoe hoog deze bezoldiging was. Dit levert het onderstaande overzicht op.