Print
 
 

Q&A's De Digitale Samenleving


 

Wat is in de kern de propositie van de Nederlandse universiteiten?

De gezamenlijke Nederlandse universiteiten hebben de ambitie om, samen met andere (kennis)partners, Nederland een nieuw en aansprekend internationaal profiel te geven: dat van gidsland op het gebied van mens- en samenlevingsgerichte digitale technologie.  Ons land kan zich omvormen tot levende ‘proeftuin’ waarin snel kan worden geleerd hoe we nieuwe technologie optimaal laten aansluiten bij de behoeften van individuele mensen en van samenlevingen als geheel. Onderzoek speelt daarin een sleutelrol. Voortbouwend op de Nationale Wetenschapsagenda, elk gebruik makend van eigen sterktes, werken de Nederlandse universiteiten de komende jaren samen aan een nieuwe pioniersrol voor Nederland: internationaal koploper in de ontwikkeling van een mensgerichte digitale samenleving.

Waarom de keuze voor dit thema?

We staan aan de vooravond van een revolutie die iedereen raakt: direct of indirect raakt digitalisering aan vrijwel alle uitdagingen en kansen waar onze samenleving voor staat. Het genereren van meer wetenschappelijke kennis over alle aspecten van digitalisering is dus voor iedereen van belang.

Waarom nu?

Van onderwijs tot gezondheidszorg, van transport tot woningbouw, van dienstverlening tot media en entertainment, van landbouw tot industrie, overal staan ontwikkelingen en mogelijkheden voor de deur die nog maar kort geleden science fiction leken. De radicale digitalisering verandert elk aspect van onze samenleving ingrijpend. Het gebeurt niet alleen in Nederland, maar wereldwijd. Informatietechnologie gaat beïnvloeden hoe wij wonen, werken en leren; hoe wij gezond gedrag bevorderen en ziekte bestrijden; hoe wij omgaan met vrijheid en veiligheid; hoe wij producten maken, consumeren en hergebruiken; hoe wij onze identiteit ervaren en vormgeven; hoe wij de kwaliteit van ons bestuur en onze democratie kunnen bewaren; en voor de manieren waarop we nieuwe kennis vergaren en toegankelijk maken.

Van VNO-NCW, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties tot onderwijs en overheid: overal wordt nagedacht over de doorontwikkeling en de gevolgen van digitalisering. In al deze ontwikkelingen speelt de wetenschap een grote rol. Het genereren van meer wetenschappelijke kennis over alle aspecten van digitalisering is voor iedereen van belang.

Waarom zou Nederland hier als geheel op moeten inzetten?

Een koppositie  op het gebied van mens- en samenlevingsgerichte digitale technologie levert niet alleen voordelen op voor de kwaliteit van de Nederlandse samenleving. Ook economisch zal het ons land grote kansen bieden. In de globale economie moet Nederland het voor een belangrijk deel hebben van concurrentie op kennis, talent en innovatieve systeemoplossingen. Nederland inrichten als proeftuin van mensgerichte digitale technologie is een strategische investering in een van de grote transities van deze tijd. Het zal ons profiel en onze concurrentiepositie internationaal versterken, net zoals dijken en polders het watermanagement in ons land wereldwijd op de kaart hebben gezet.

Waarom zou dat kans van slagen hebben?

We zijn een compact, hoogontwikkeld, goed georganiseerd land, internationaal goed toegankelijk en intern voorzien van een uitstekende fysieke, digitale en sociale infrastructuur. Onze economie en ons bestuur zijn sterk, stabiel, flexibel, internationaal georiënteerd en goed georganiseerd. Kortom, de randvoorwaarden om dit te laten slagen zijn absoluut aanwezig.

Hoezo spelen universiteiten hierin dan een sleutelrol?

Universiteiten zijn op alle wetenschapsterreinen de belangrijkste leveranciers van nieuwe kennis over digitalisering. Al onze universiteiten zijn over een brede linie van hoog niveau. Dankzij een traditie van samenwerken en korte afstanden zijn ze zeer goed in staat om grenzen tussen universiteiten en disciplines te overbruggen en overkoepelende thema’s aan te pakken.

Het thema Digitale Samenleving kapitaliseert op die sterktes door vele domeinen, disciplines en universiteiten bijeen te brengen. Het vraagt om gecoördineerde ontwikkeling van nieuwe kennis op tal van vakgebieden, in de techniek en de natuurwetenschappen maar evenzeer in de medische, sociale en geesteswetenschappen. Het is ook een thema dat vele vragen en ‘routes’ uit de lopende Nationale Wetenschapsagenda verbindt. Mensgerichte informatietechnologie in de digitale samenleving als overkoepelend en doorsnijdend thema in de Nederlandse wetenschap kan met grote voortvarendheid worden opgepakt, omdat alle te bedenken terreinen die dit raakt afgedekt worden door de Nederlandse universiteiten.

Hoe gaan universiteiten deze bijdrage realiseren?

Universiteiten zijn op alle wetenschapsterreinen de belangrijkste leveranciers van nieuwe kennis over digitalisering, ieder met eigen sterktes en zwaartepunten. Nederland veranderen in een herkenbare proeftuin voor mensgerichte informatietechnologie betekent voor universiteiten ten eerste dat ze bestaand goed onderzoek nog beter bundelen en coördineren. Ten tweede vraagt het om gerichte, substantiële financiële stimulansen voor onderzoeksprogramma’s tussen de vele disciplines die relevant zijn voor dit brede terrein en nog meer dan nu zullen moeten leren elkaar te begrijpen en te versterken. Het vraagt ten derde om het aantrekken en opleiden van nieuw talent in gespecialiseerde en multidisciplinaire digitale wetenschappen, met inbegrip van basale informatie- en communicatietechnologie. En ten vierde vraagt dit plan om het uitbouwen en versterken van technologische- en laboratoriuminfrastructuur. Universiteiten willen hier de komende jaren in investeren. Voor het reguliere en post-reguliere onderwijs gaat het qua inzet vooral om het bijbrengen van de persoonlijke attitude en vaardigheden die nodig zijn om op de juiste manier met digitalisering om te gaan.

En wat is er nodig van anderen?

Bij de uitvoering hebben alle Nederlanders belang: investeerders, werkzoekenden, overheid, bedrijfsleven, consumenten en kennisinstellingen.
Om ons doel werkelijk te realiseren, zullen aanvullend op de inzet van universiteiten, uiteraard ook andere publieke en private investeringsprogramma’s nodig zijn — een constatering die ook werkgeversorganisaties hebben gedaan.1
Extra publieke middelen, samenhangend met de uitkomst van de Nationale Wetenschapsagenda, kunnen worden gekoppeld aan investeringen uit de private sector. De VNO-NCW propositie ‘NL Next Level’, die namens het bedrijfsleven de Nederlandse overheid oproept om substantieel in digitalisering te investeren, is daarbij ook een stimulans. Alleen door nú te investeren in kennis en wetenschap over misschien wel de belangrijkste transitie van deze tijd, zal Nederland de komende tien jaar een toonaangevende plek op de digitale wereldkaart kunnen veroveren.
 


1 VNO-NCW, MKB Nederland, LTO Nederland. Investeren in de transformatie van Nederland. Juni, 2016.

Wat hopen jullie er uiteindelijk mee te bereiken?

De keuze voor ‘Nederland en zijn universiteiten als internationale pioniers op het gebied van mensgerichte informatietechnologie’ geeft Nederland een helder vergezicht. Eén gedurfde, aansprekende, leidende gedachte kan inspireren tot grote collectieve inspanningen.

  • Het stelt ons land in staat om op cruciaal terrein internationaal voorsprong te nemen in kennisontwikkeling, kennistoepassing en kenniscommercialisatie.
  • Het sluit aan bij bewezen sterke punten van Nederland en zijn universitaire bestel, inclusief het beleid tot versterking van zwaartepunten.
  • Het biedt een aanknopingspunt voor noodzakelijke nationale investeringen in kennis en ontwikkeling, zoals door de brede Kenniscoalitie bepleit.
  • Last but not least: Het maakt het mogelijk de Nederlandse samenleving in snel tempo hoogkwalitatief te moderniseren en te verduurzamen.

Wat betekent dit nu voor de uitvoering van de Nationale Wetenschapsagenda en de roep vanuit de Kenniscoalitie voor 1 miljard aan extra investeringen? Is dat nu van tafel?

Nee, het één versterkt het ander. Onze oproep vloeit juist voort uit de Nationale Wetenschapsagenda, een collectie vragen die afgelopen jaar ontstond uit een dialoog tussen burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en wetenschappers. Veel ogenschijnlijk losse vragen uit die agenda kunnen worden gezien als onderdeel van die ene centrale vraag: hoe optimaal om te gaan met digitalisering. Het blijkt een vraag die relevant is binnen alle wetenschappelijke disciplines.  Het is een gamechanger die dwars door alle disciplines heen snijdt. M.a.w. extra investeringen voor de uitvoering van de Nationale Wetenschapsagenda betekenen ook extra investeringen in onderzoek naar alle aspecten van mensgerichte informatietechnologie.

Hoe gaan jullie de voortgang monitoren?

De universiteiten willen de komende tijd bepalen hoe ze deze ambitie gezamenlijk verder handen en voeten geven. Het plan vergt samenwerking, coördinatie en regie binnen de universiteiten, maar juist ook afstemming met het bedrijfsleven en de overheid. De komende tijd willen universiteiten daarover in gesprek. Tijdens het Weekend van de Wetenschap begin oktober openen universiteiten hun deuren voor een breed publiek om te laten zien hoeveel onderzoek er momenteel al wordt gedaan naar al deze aspecten van digitalisering. Op 27 september gaan universiteiten tijdens het VSNU-Café alvast publiekelijk in gesprek met elkaar, bedrijfsleven en overheid.

Wat zijn voorbeelden van wetenschappelijke vraagstukken rondom dit thema?

Een lijst niet uitputtende voorbeelden is zo te geven:

- Met hulp van experimenteel onderzoek kan kennis uit ‘big data’ leiden tot voorspellende modellen voor interventies op vele terreinen, zoals criminaliteits- en armoedebestrijding, files en milieuverontreiniging.

- Data science, een nieuw, multidisciplinair vak dat onder andere sociale wetenschappen, wiskunde, natuurkunde en geneeskunde omspant, kan in allerlei soorten ‘big data’ naar patronen zoeken om inzicht te krijgen in complexe systemen.  Deze kennis raakt aan vele databronnen en toepassingsgebieden, zoals massabijeenkomsten, citizen science, de digitale arbeidsmarkt en kiezersgedrag.

- Onderzoek kan zich uitstrekken van het gebruik van gegevens van irisscanners bij grensovergangen tot bestudering van wereldwijde censuur en online extremisme en betere kennis over cybersecurity.

- Er is meer inzicht nodig in prangende ethische en filosofische kwesties, om een passend rechtssysteem en overheidsbeleid te ontwikkelen voor de digitale samenleving. Het gaat dan om toezicht, controle op het institutionele geheugen (en het vergeten) en het individuele belang in een maatschappij die in toenemende mate afhankelijk wordt van intransparante algoritmes en ‘intelligente’ machines.

- Voor het Internet of Things zijn zogeheten slimme materialen en systemen nodig die zich aanpassen aan de omgeving en kunnen communiceren. Robotica en 3D-printers, voorbeelden van Smart Industry, veranderen het Nederlandse bedrijfsleven.

- We weten nog weinig over de psychologische, sociale en educatieve implicaties van het internet voor onderwijs en welzijn in de levensloop van mensen. Dat is vooral van belang bij kinderen en adolescenten, de generatie van de toekomst. Voor een digitale inclusiestrategie is bijvoorbeeld inzicht nodig in het gedrag van jonge mensen die het internet niet gebruiken ondanks de meerwaarde ervan. Die worstelen met de complexe interactie tussen internetgebruik, onderwijs, ontspanning, internetpesten en huiswerk maken.