Print
 
 

Universiteiten zetten zich in om de werkdruk te verlagen

Medewerkers van universiteiten doen met plezier hun werk en hebben een hoge arbeidsproductiviteit. Veranderingen in de wetenschappelijke omgeving resulteren er in dat veel van medewerkers wordt gevraagd: meer verantwoording en verantwoordelijkheid, de druk om wetenschappelijke artikelen te publiceren, meer taal- en lesvaardigheid in het Engels, digitalisering van het onderwijs en toenemende begeleiding van studenten door kleinschaliger onderwijs. De werk- en prestatiedruk is de afgelopen jaren toegenomen.

 

Thema's:

Ervaren prestatiedruk

Tijdelijke dienstverbanden

Cao 22%-afspraak



Wat doen universiteiten aan het terugdringen van de ervaren prestatiedruk van onderzoekers?


Universiteiten nemen het signaal over prestatiedruk serieus. Zo is in 2015 met cao-partijen afgesproken dat onderzoekers met een tijdelijk dienstverband voor het schrijven van subsidieaanvragen binnen de aanstellingsomvang tijd en scholing wordt geboden. Ook krijgen onderzoekers binnen hun aanstellingsomvang voldoende ruimte om de vereiste kwalificaties voor onderwijs te kunnen verwerven, als zij geschikt zijn voor een loopbaan als universitair docent/universitair hoofddocent/hoogleraar en deze ook ambiëren. In opdracht van SoFoKleS (Sociaal Fonds voor de Kennissector) is in 2016 een verkennend rapport gepubliceerd naar werkdruk, vervolgens is er onderzoek gedaan naar welke factoren van invloed zijn op de ervaren prestatiedruk van wetenschappelijk personeel met als doel inzicht te verkrijgen in factoren die prestatiedruk beïnvloeden en om concrete handvatten te bieden om de ervaren prestatiedruk onder wetenschappelijk personeel op een acceptabel niveau te brengen. Dit rapport is in 2017 gepubliceerd en biedt de universiteiten handvatten om ervaren werk- en prestatiedruk onder medewerkers aan te pakken. Om de werkdruk terug te dringen is afgesproken dat elke universiteit een werkplan opstelt om werkdruk tegen te gaan.

 

 

Tijdelijke dienstverbanden


Universiteiten constateren dat het percentage tijdelijke dienstverbanden onder het wetenschappelijk personeel de afgelopen jaren is toegenomen. De ingrijpende veranderingen in de bekostiging zijn daar o.a. debet aan, evenals de fluctuerende studentenaantallen. De afgelopen decennia is de financieringssystematiek van universiteiten drastisch veranderd. De rijksbijdrage per student die universiteiten van de overheid krijgen is daarbij sterk gedaald. Universiteiten zijn bovendien steeds afhankelijker geworden van indirecte financiering – de tweede en derde geldstroom. Middelen die in competitie moeten worden verworven maar per definitie tijdelijk van aard zijn. Veelal gaat het daarbij in de uitvoering om promovendi en startende onderzoekers met een tijdelijk contract. Daar komt nog bij dat steeds meer onderzoeksprojecten, zowel nationaal als internationaal, financieel moeten worden ‘gematched’ door een eigen bijdrage vanuit de universitaire middelen. Deze veranderingen – maar ook de soms grote fluctuaties in studentenaantallen - leiden tot het gegeven dat verschillende categorieën medewerkers, met name jonge wetenschappers, tijdelijk worden aangesteld.

 

 

Cao 22%-afspraak

 

Cao-partijen en universiteiten willen concrete handvatten bieden om de ervaren prestatiedruk onder wetenschappelijk personeel op een acceptabel niveau te brengen (zie hoofdboodschap prestatiedruk). De cao-partijen hebben in 2015 afgesproken dat:

  1. werkgevers passende beleidsmaatregelen nemen om het percentage tijdelijke dienstverbanden van 4 jaar of korter in de functiecategorieën hoogleraar, universitair hoofddocent, universitair docent en docent binnen de sector terug te brengen tot 22% in fte’s.  
  2. universiteiten met ingang van het academisch jaar 2015/2016 alleen nog werken met dienstverbanden, behoudens lopende contracten en situaties waarin behoefte bestaat aan extra personeel voor het wegwerken van incidentele achterstanden, en/of wegens ziekte, zwangerschaps- en bevallingsverlof. In die gevallen is inhuur toegestaan.


- visual: 22% afspraak