Print
 
 

Een verfrissend Europees perspectief op mastertoelating

De VSNU blogt! Door middel van korte verslagen bieden we een inkijkje in de werkzaamheden van de Vereniging van Universiteiten. Deze week het woord aan onze beleidsadviseur Remco Smulders. Hij schrijft over het Europees perspectief op mastertoelating.


Het kan bijna geen toeval zijn. En toch is het dat. Op de dag dat minister Bussemaker een langverwachte brief naar de Tweede Kamer stuurt over toelating en selectie, wordt op de VU een driedaagse Europese conferentie over de toekomst van mastertoelating afgesloten. De conferentie biedt mij een verfrissend perspectief op het Nederlandse debat over mastertoelating. Waar wij enkel debatteren over het stellen van toelatingseisen aan Nederlandse studenten, werken de universiteiten veel breder aan een zorgvuldig toelatingsproces voor alle kandidaat-studenten.

 

Guiding tools voor toelatingsproces
De groep studenten die zich aanmeldt voor masters aan Nederlandse universiteiten wordt steeds groter en diverser. Studenten komen van over de hele wereld, hebben verschillende bacheloropleidingen gevolgd, hebben gestudeerd in verschillende onderwijsculturen en hebben soms al meerdere jaren werkervaring. Hoe bepaal je dan of een student goed bij jouw masteropleiding past en in staat is deze opleiding met succes te doorlopen? Deze vraag stelden 12 Europese universiteiten, waaronder de VU, zich de afgelopen drie jaar in het Europese Mastermind-project. Tijdens de conferentie presenteren ze het resultaat: vijf ‘guiding tools’ die helpen bij het zorgvuldig inrichten van het toelatingsproces.

Tijdens de zeer geanimeerde workshops blijkt dat de tools opleidingen vooral helpen bij het stellen van de goede vragen. Wat bepaalt eigenlijk of een student succesvol is in onze master? Waar moeten onze kandidaat-studenten dus goed in zijn? En niet op de laatste plaats: wat vragen we dus aan die kandidaat-student tijdens het toelatingsproces? Is bijvoorbeeld een motivatiebrief wel een goed instrument om te beoordelen of een student bij de master past?

Politieke discussie mastertoelating
Zelf presenteerde ik ook op de conferentie: over de Nederlandse politieke discussie over mastertoelating en de positie die de VSNU daarbij inneemt. Uit de reacties blijkt hoe intern gericht het Nederlandse debat eigenlijk is. In heel Europa kiezen steeds meer studenten voor een master in een andere stad, in een ander land en in een ander vakgebied. Een transparant en zorgvuldig toelatingsproces helpt masteropleidingen en studenten daarbij: zij weten of ze een goede match zijn voor elkaar. Als we een zorgvuldig toelatingsproces belangrijk vinden voor studenten uit het buitenland, dan geldt dat toch zeker ook voor onze Nederlandse studenten?

Als we die vraag met ja beantwoorden, komt de Nederlandse discussie in een heel ander daglicht te staan. De afgelopen maanden hebben we ons vooral gericht op de toegankelijkheid van de masterfase voor Nederlandse studenten. Komt deze niet onder druk te staan nu 20% van de Nederlandse masters ook andere eisen stelt dan enkel een relevant bachelor-diploma? Dat we actief werk maken van het behoud van ons toegankelijke stelsel, is van groot belang. Maar als ik naar mijn Europese collega’s luister, zit er ook nog een andere kant aan de medaille. Zij prijzen juist opleidingen die andere eisen stellen dan enkel het behaalde diploma: dit leidt in potentie tot een veel betere match tussen de masteropleiding en de student.
 

Auteur

Remco Smulders

Beleidsadviseur VSNU