Valorisatie-indicatoren


In het hoofdlijnenakkoord dat de VSNU in december 2012 met Staatssecretaris Zijlstra heeft gesloten is de afspraak gemaakt dat universiteiten indicatoren zullen ontwikkelen die op termijn kunnen worden gebruik om inspanning en resultaten op het gebied van valorisatie beter meetbaar c.q. zichtbaar te maken.

In het 'Raamwerk valorisatie-indicatoren' beschrijven we het kader en proces waarmee de Nederlandse universiteiten deze set van indicatoren heeft ontwikkeld. Uitgangspunt daarbij was dat de universiteiten in VSNU-verband hiervoor zelf de verantwoordelijkheid hebben genomen. Dit proces heeft geresulteerd in het ‘Keuzemenu Valorisatie Indicatoren’. Hieruit hebben alle universiteiten een eigen set indicatoren gekozen die past bij hun profiel, visie en ambities op het gebied van valorisatie.

In het e-zine ‘Valorisatie in Beeld’ staan van elke universiteit inspirerende voorbeelden van valorisatie. Daarnaast zijn de meetresultaten van de gekozen set indicatoren hierin opgenomen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Proces valorisatie-indicatoren

In de ontwikkeling van de indicatoren wordt een aantal fasen onderscheiden om uiteindelijk in 2016 per universiteit te komen tot een geteste en gevalideerde set valorisatie-indicatoren.
 

  1. Het raamwerk werd na vaststelling in het AB van de VSNU eind 2012, begin  – conform afspraken in het hoofdlijnenakkoord - aan de staatssecretaris/minister van OCW aangeboden.
     
  2. De universiteiten kiezen in 2013 binnen het raamwerk een eigen set van indicatoren die aansluit bij de eigen ambities en profiel.
     
  3. In de periode 2013-2015 zal elke universiteit afzonderlijk de haalbaarheid en de toepasbaarheid van de indicatoren testen. De VSNU (Stuurgroep Onderzoek en Valorisatie) zal dit proces begeleiden met een jaarlijkse interne rapportage waarin de voortgang op de ontwikkeling van indicatoren wordt geëvalueerd.
     
  4. Begin 2016 worden de indicatoren en het proces geëvalueerd. In aansluiting op het hoofdlijnenakkoord geschiedt dit in principe in samenwerking met OCW.
     
  5. Dit leidt begin 2016 voor elke universiteit tot een geteste en gevalideerde set indicatoren.

 

 

Uitgangspunten valorisatie-indicatoren

 

De stuurgroep Onderzoek en Valorisatie van de VSNU heeft de verantwoordelijkheid op zich genomen voor de ontwikkeling van het raamwerk. De stuurgroep heeft daarbij de volgende uitgangspunten geformuleerd.
 

  1. Het raamwerk mag geen ‘one-size-fits-all’ worden waarbij alle universiteiten langs een beperkte meetlat van slechts enkele voor de hand liggende indicatoren gelegd worden. Het raamwerk moet het karakter hebben van een keuzemenu: een brede lijst van indicatoren waaruit universiteiten een keuze maken afhankelijk van hun specifieke profiel en aansluitend bij de eigen ambities voor de komende jaren.
     
  2. Valorisatie is een breed begrip en kan vele vormen hebben. Het raamwerk moet de ambitie hebben indicatoren te bieden over de volle breedte van valorisatie. Naast de traditionele, “harde” vormen van valorisatie gericht op economische vermarkting (patenten, licenties en spin offs) moet ook ruimte zijn voor vaak minder eenvoudig te tellen (“zachte”) vormen van maatschappelijke waardecreatie.
     
  3. Doel van deze exercitie is niet om te komen tot een ranking. De verschillen tussen universiteiten zijn daarvoor te groot.
     
  4. Deze actie mag niet leiden tot een substantiële stijging van administratieve lasten van universiteiten. Het raamwerk biedt in principe een beperkte set indicatoren met ruimte voor keuzevrijheid, afhankelijk van profiel en ambities.
     
  5. Inmiddels is een lange lijst van rapporten en adviezen beschikbaar waarin voorstellen worden gedaan voor het meetbaar maken van valorisatie inspanningen van universiteiten. Het is van belang om daarbij aan te sluiten zodat wij ons te zijner tijd ook aan buitenlandse instellingen en stelsels kunnen spiegelen.
     
  6. Het gaat om een universitair raamwerk dat niet noodzakelijk de ambitie heeft ook indicatoren te bieden voor andere kennisinstellingen en/of hogescholen. De HBO-raad werkt parallel aan de VSNU aan een eigen raamwerk. Het raamwerk wordt ontwikkeld door de universiteiten onder verantwoordelijkheid van de stuurgroep Onderzoek & Valorisatie van de VSNU. Bij de ontwikkeling wordt vanzelfsprekend afstemming gezocht met belangrijke stakeholders, in het bijzonder de departe-menten OCW en EZ, de Landelijke Commissie Valorisatie, de Review Commissie en VNO-NCW.
     
  7. Het te ontwikkelen raamwerk is een eerste stap. Daarop volgt een open proces met ruimte voor trial and error waarin we gezamenlijk de tijd nemen om voor ieder passende indicatoren te ontwikkelen.