Print
 
 

De universiteit is een aantrekkelijke werkgever

Universiteiten vinden het van groot belang medewerkers een aantrekkelijke werkplek te bieden. Universiteiten bieden goede arbeidsvoorwaarden, mogelijkheden tot een flexibele werkweek en aandacht voor persoonlijke ontwikkeling.

 

Thema's:

Gemotiveerde en gepassioneerde medewerkers

Goede arbeidsvoorwaarden om talent te behouden en aan te trekken

Een flexibele werkweek

Aandacht voor didactische vaardigheden wetenschappelijk personeel

 


Gemotiveerde en gepassioneerde medewerkers


Wetenschappelijk personeel is gedreven en heeft passie voor hun onderzoek en onderwijs. Uit onderzoek van het Rathenau Instituut blijkt dat de belangrijkste drijfveer van onderzoekers is het ‘kunnen uitvoeren van kwalitatief hoogwaardig onderzoek’, ongeacht de hoeveelheid tijd die ze aan dit onderzoek besteden. Andere belangrijke drijfveren zijn ‘het werken in een omgeving met kwalitatief goede en inspirerende mensen’ en ‘het doen van maatschappelijk relevant onderzoek’ (Rathenau, 2014).

 

 

Goede arbeidsvoorwaarden om talent te behouden en aan te trekken

 

De universiteiten willen deze gemotiveerde en gepassioneerde medewerkers graag voor de universiteit aantrekken en behouden. De universiteiten zetten zich daarom middels de cao in voor aantrekkelijke primaire- en secundaire arbeidsvoorwaarden. Medewerkers bij universiteiten hebben bijvoorbeeld recht op een 13de maand en 8% vakantiegeld.

 

 



Een flexibele werkweek


Universiteiten bieden de mogelijkheid aan medewerkers om hun eigen werkweek flexibel in te delen.  In de cao is daarnaast ruimte gegeven om een functiecontract aan te gaan. In een functiecontract maak je afspraken gebaseerd op resultaat, in plaats van gebaseerd op (werk)tijd. Dit geeft de medewerker handelingsvrijheid als het gaat om het organiseren van werk en de wijze van werkuitvoering.

 

 



Aandacht voor didactische vaardigheden wetenschappelijk personeel

 

Het uitgangspunt van het personeelsbeleid van Nederlandse universiteiten is het aantrekken, begeleiden en ontwikkelen van medewerkers. De medewerkers van de universiteit zijn bepalend voor de kwaliteit van de Nederlandse wetenschap en het wetenschappelijk onderwijs.

Voor de ontwikkeling van didactische vaardigheden is de Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) ontwikkeld. Het BKO-traject is een didactisch ontwikkeltraject op maat, afgesloten door middel van dossiertoetsing: de docent wordt begeleid, bijvoorbeeld door een senior docent en/of onderwijskundige, en leert en reflecteert in een community van docenten. De BKO biedt uniformiteit in de competenties die academische docenten moeten behalen en de wijze waarop dit getoetst wordt. Tegelijk is er ruimte voor een specifieke invulling die optimaal aansluit bij het profiel van de instelling en de behoeften van opleidingen en docenten.
 
Het aandeel docenten met een BKO is de afgelopen jaren fors toegenomen. Universiteiten blijven investeren in doorontwikkeling van de BKO en in didactische scholing van beginnend docenten en van ervaren docenten, bijvoorbeeld via de Seniorkwalificatie Onderwijs (SKO).