Print
 
 

Universiteiten zetten in op studiesucces


Universiteiten zetten in op een hoog studiesucces. Dat betekent dat universiteiten veel doen om te zorgen dat studenten op de juiste opleiding terecht komen, dat zij niet uitvallen en het programma af kunnen ronden in de tijd die ervoor staat. Doordat studenten deelnemen aan studiekeuzeactiviteiten, weten zij beter of de studie bij hen past.

Wat is studiesucces?
Als we het hebben over studiesucces, kijken we naar hoeveel studenten binnen vier jaar hun bachelordiploma halen. Ook kijken we hoeveel studenten switchen (wisselen van studie) of uitvallen. Het is immers van belang dat studenten hun studie binnen een redelijke periode (nominaal + 1) kunnen afmaken en hierin begeleid worden. Ook is het een teken van studiesucces als een beperkt aantal studenten switcht en uitvalt.

Studenten halen vaker in vier jaar hun bachelordiploma
De afgelopen jaren is het aantal studenten dat binnen vier jaar een bachelordiploma haalt flink toegenomen. Van de studenten die startten in 2006 haalde 53% binnen vier jaar een bachelordiploma; nu geldt dit voor 70% van de studenten. Een belangrijke reden voor het hogere studietempo is de invoering van de ‘harde knip’: vanaf het collegejaar 2012/2013 mogen studenten pas met een master beginnen nadat zij hun bachelordiploma behaald hebben. Universiteiten namen ook andere maatregelen om studiesucces te bevorderen: goede voorlichting, de studiekeuzecheck, meer begeleiding, meer contacturen, en de invoering van het bindend studieadvies (BSA) zorgen ervoor dat meer studenten binnen vier jaar hun bachelordiploma halen.

 

 


Elke student een studiekeuzecheck
Om te stimuleren dat meer studenten in één keer op een opleiding terecht komen die bij hen past, organiseren universiteiten studiekeuzeactiviteiten voor aankomende studenten. Via bijvoorbeeld het volgen van een proefcollege, maken van een huiswerkopdracht of voeren van een gesprek met een docent krijgen aankomende studenten een goed beeld van de opleiding waarvoor ze zich aangemeld hebben.

Niet alle studenten zitten in een keer op de goede plek
Van de universitaire bachelorstudenten in het eerste jaar valt 7% uit. Zij gaan niet verder met een opleiding aan de universiteit. Deze studenten gaan een opleiding in het hbo doen, of ze gaan niet verder met een opleiding in het hoger onderwijs. Van de studenten die wel wetenschappelijk onderwijs blijven volgen, gaat 7% naar een andere universiteit en 8% naar een andere opleiding bij dezelfde universiteit. 78% van de studenten gaat door met dezelfde opleiding.