Print
 
 

VSNU-reactie op OCW-brief over bekostiging hoger onderwijs

Op 24 mei heeft minister Bussemaker een brief over de bekostiging van het hoger onderwijs naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin zij de knelpunten in de financiering van het hoger onderwijs beschrijft. De VSNU is blij dat het kabinet deze problemen erkent en oplossingen in kaart heeft gebracht. Knelpunten in de huidige bekostiging zijn:

1)    Daling van de rijksbijdrage per student als gevolg van de aanhoudende groei in studentenaantallen en de daarbij achterblijvende groei van onderzoeksfinanciering;
2)    Onvolledige bekostiging voor “tweede kans” studenten en doorstromers vanuit het hbo (propedeuse);
3)    Beperking van vrij onderzoek door het moeten aanvullen van externe projectfinanciering vanuit eigen middelen (de zogenaamde matching).

De minister onderstreept terecht het belang van een goede balans tussen stabiliteit en flexibiliteit in de bekostiging van universiteiten; daarmee moet in de keuze voor een oplossing rekening gehouden worden.

De analyse laat zien dat oplossingen op de korte termijn hard nodig zijn. Het aantal studenten is de afgelopen jaren flink gegroeid, maar de bekostiging blijft achter. In onderstaande tabel is met rode cijfers duidelijk gemaakt dat dit bij vrijwel alle universiteiten het geval is.

 

Bron: De studentenaantallen zijn afkomstig van DUO. De bedragen voor onderwijs en onderzoek zijn afkomstig van OCW. Het omrekenen naar prijspeil 2016 is gebeurd op basis van gegevens uit bijlage 8 MEV 2017 (prijs netto materiële overheidsconsumptie). De groei van het onderzoekdeel bij enkele universiteiten hangt samen met een relatief sterke toename van het aantal promoties bij deze universiteiten.
 

Bovendien is de verwachting dat de studentaantallen zullen blijven groeien. Daarbinnen neemt het aantal studenten in dure opleidingen – zoals bèta en techniek – sterk toe. Dat maakt volgens de VSNU het belang van extra middelen des te groter. Een eventuele herverdeling van middelen zou enkel een verschuiving van de problemen opleveren. Elke universiteit heeft nu immers al te kampen met de fors dalende rijksbijdrage per student. Eens te meer blijkt daarom uit deze brief dat de universiteiten extra middelen nodig hebben om de kwaliteit van onderzoek en onderwijs op peil te houden. De VSNU onderstreepte het belang van extra middelen voor hoger onderwijs ook al in haar brief aan de formateurs.