Print
 
 

Reactie VSNU op Kamerbrief ‘Wetenschap met Impact’

De universiteiten waarderen en onderschrijven het belang dat staatssecretaris Dekker hecht aan valorisatie van wetenschappelijke kennis in zijn brief ‘Wetenschap met Impact’. Hij gebruikt hierin de brede definitie die zowel economische als maatschappelijke benutting en impact weergeeft. Hoewel de inhoudelijke focus van de brief vervolgens voornamelijk ligt op de ‘harde’ economische componenten van valorisatie vertrouwt de VSNU er ten volle op dat de staatssecretaris valorisatie ziet als de brede maatschappelijke en economische benutting en impact van wetenschappelijke kennis. Het is immers welhaast ondenkbaar dat in 2017 nog steeds onderschat kan worden wat de enorme waarde is van de wetenschappelijke kennis die wetenschappers uit alle disciplines overdragen aan de samenleving. Het is daarbij van belang ons te realiseren dat valorisatie  mogelijk wordt gemaakt door de internationale hoogstaande kwaliteit van het onderzoek en het onderwijs in Nederland. Excellente wetenschap en valorisatie kunnen we niet los van elkaar zien. Dat komt ook tot uiting in de Nationale Wetenschapsagenda en de daaruit voortkomende oproep van de Kenniscoalitie om 1 miljard structureel per jaar extra te investeren in onderzoek en innovatie.

 

De ontwikkeling van de universiteiten op het gebied van valorisatie wordt in de aanbiedingsbrief van de Review Commissie, dd. 24 oktober 2016, als volgt beschreven (pp.6): “Universiteiten zoeken als netwerkorganisaties steeds nadrukkelijker naar mogelijkheden tot samenwerking met regionale partners of met andere maatschappelijke partijen. Het financieren van leerstoelen, promotieplaatsen of onderzoeksfaciliteiten geschiedt in toenemende mate in partnerschap met derden. Het vermarkten van kennis en de ondersteuning van valorisatieactiviteiten vindt onder meer plaats via steeds professioneler opererende Transferbureaus, Business Incubators en Innovatielabs. Het ondernemerschapsonderwijs, veelal verzorgd door Centres of Entrepreneurship, draagt bij aan regionale dan wel landelijke economische structuurversterking. Vele universiteiten hebben in 2016 een set valorisatie-indicatoren opgenomen in hun jaarverslag om hun bijdrage aan maatschappelijke en economische innovatie zichtbaar te maken.” De voorbeelden en cijfers van valorisatie door universiteiten zijn door de VSNU gebundeld in ‘Valorisatie in Beeld’.

 

De universiteiten hebben welbewust gekozen voor een brede set valorisatie-indicatoren die past bij het profiel en de missie van de instellingen. Zij zullen deze blijven gebruiken om hun valorisatie activiteiten ten behoeve van de grote vraagstukken waar het land, Europa en de wereld mee kampen, in beeld te brengen. Vanwege het belang van de zichtbaarheid van de valorisatie activiteiten, zal de VSNU streven naar meer gelijkvormigheid binnen de brede set indicatoren.

 

Universiteiten en wetenschappers vinden het benutten en delen van hun vergaarde kennis zeer belangrijk. Dit blijkt onder andere uit de vele publieke optredens van wetenschappers, zoals de (wereldwijde en gratis) MOOCs, Studium Generale, HOVO en de Universiteit van Nederland; de talloze onderzoeksprojecten die op verzoek van de diverse lokale en regionale overheden, de rijksoverheid en van het Nederlandse bedrijfsleven jaarlijks worden uitgevoerd; het ontelbaar aantal keren dat universiteiten en hun wetenschappers om advies worden gevraagd; uit het groeiende aantal academische start-ups, aangevraagde en toegekende patenten en octrooien; en uit de prominente plek die valorisatie heeft gekregen in de missies van de diverse instellingsplannen en (als verantwoording) in de jaarverslagen. Het voorstel van de staatsecretaris om te investeren in industrial doctorates ondersteunen wij van harte. Het zal bijdragen aan het versterken van kennisbenutting binnen het bedrijfsleven en daarnaast aan de kansen van de promovendi op de arbeidsmarkt buiten de wetenschap.

 

Om hun maatschappelijke rol te versterken en hun ondernemende studenten en wetenschappers beter te faciliteren blijven universiteiten in ontwikkeling. Zo ondersteunen universiteiten wetenschappers en studenten bij hun valorisatie activiteiten in hun Knowledge Transfer Offices (KTO’s). Ook de KTO’s zijn constant in ontwikkeling en worden versterkt waar nodig. Alle KTO’s van universiteiten en universitair medisch centra gezamenlijk wisselen best practices uit en houden contact met stakeholders als TO2 organisaties en de ministeries van OCW en EZ. De KTO’s werken aan een gezamenlijke landelijke agenda met input van externe stakeholders zoals StartupDelta op het gebied van academische start-ups. Daarnaast hebben universiteiten ‘societal relevance’ en kennisbenutting standaard opgenomen in hun onderzoeksevaluaties (SEP) én in de wetenschappelijke functieprofielen. Wij waarderen de steun van de staatssecretaris voor de groeiende rol van universiteiten in de regio's en de kennissamenleving van Nederland. De universiteiten zetten zich de komende tijd in voor meer zichtbaarheid van valorisatieactiviteiten en nog betere ondersteuning van wetenschappers en studenten bij het ontwikkelen en uitvoeren daarvan.