Print
 
 

Prestatieafspraken

 

Vanaf 2007 is met succes gewerkt aan prestatieverbetering door de universiteiten. Enerzijds door meer structuur in het onderwijs aan te brengen, anderzijds door meer eisen te gaan stellen aan de inspanningen en resultaten van studenten. Allerlei maatregelen, die ook politiek breed gedragen werden, zijn genomen om het aantal afgestudeerden en de snelheid van afstuderen te vergroten. En met goede resultaten. De toegenomen aandacht voor studiesucces heeft in 2012 geleid tot het opstellen van prestatieafspraken met de overheid. Meer informatie over de totstandkoming en de inhoud van de prestatieafspraken, vindt u hier.

 

De prestatieafspraken hebben de indruk gewekt dat universiteiten alleen nog maar op rendement sturen. Ook al is dit beeld onjuist, het is duidelijk dat er een nieuwe balans moet komen tussen sturen op output en het bewaken van de kwaliteit van de inhoud. De animo van universiteiten om opnieuw gedetailleerde prestatieafspraken te maken, is dan ook klein.

 


Geen nieuwe top-down prestatieafspraken
Universiteiten willen in gesprek met de universitaire gemeenschap tot een goede besteding van het geld komen dat in 2018 vrijkomt door de invoering van het Studievoorschot. Het gesprek tussen staf, studenten en bestuurders moet binnen elke universiteit leiden tot een eigen investeringsagenda voor het onderwijs op basis waarvan het geld vanuit het studievoorschot wordt besteed. Een voortzetting of ontwikkeling van nieuwe prestatieafspraken waarmee instellingen worden afgerekend op meetbare indicatoren, is buitengewoon ongewenst. Het traject dat universiteiten voor ogen hebben, is beter dan top-down prestatieafspraken, omdat studenten en docenten beter dan de overheid weten waar de knelpunten in het onderwijs zitten. De middelen uit het Studievoorschot moeten worden besteed aan intensiever onderwijs, meer en betere begeleiding van studenten, professionalisering van docenten en passende studiefaciliteiten.