Print
 
 

Naast de Lerarenagenda

 

De VSNU werkt samen met vele partners aan het versterken van leraren en het verbeteren van lerarenopleidingen.

Interuniversitaire Commissie Lerarenopleidingen (ICL)
De Interuniversitaire Commissie Lerarenopleidingen (ICL) is de commissie waarin de lerarenopleidingen van de Nederlandse universiteiten hun beleid afstemmen en coördineren. De ICL komt ongeveer 5 keer per jaar bijeen en organiseert daarnaast elk najaar een conferentie over een actueel beleidsthema. De ICL werkt in de beleidsontwikkeling en –uitvoering nauw samen met de Vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU).

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Goed onderwijs begint bij goede leerkrachten. Daarom hebben leraren, schoolleiders, opleiders, bestuurders en het ministerie van OCW samen een visie op het vak ontwikkeld. Resultaat: een plan om het leraarschap te verbeteren. Dat is de OCW Lerarenagenda 2013-2020 ‘De leraar maakt het verschil’. Een programma met zeven punten, die aangeven waar we de komende jaren aan werken.

Vereniging Hogescholen
Hogescholen leiden negentig procent van alle leraren in het primair, het voortgezet en het middelbaar beroepsonderwijs op. Omdat scholen en daarmee ook lerarenopleidingen veranderen, heeft de Vereniging Hogescholen in juni 2015 haar visie op lerarenopleidingen ‘Opleiden voor de toekomst’ gepresenteerd. Lerarenopleidingen spreken in de nieuwe visie uit dat zij doorgaan met de kwaliteitsslag. Zij zetten daarbij stevig in op het verder verhogen van de generieke onderwijskwaliteit. Hiervoor wil de sector de onderlinge samenwerking tussen lerarenopleidingen versterken waardoor er meer focus en massa in het aanbod komt. Ook willen de lerarenopleidingen de samenwerking met universiteiten en het afnemend scholenveld intensiveren.

VO-raad
Het doel van de VO-raad is om de onderwijskwaliteit te bevorderen en scholen te ondersteunen bij de ontwikkeling van het onderwijs voor 1 miljoen leerlingen. De kwaliteit van de leraar is hierbij van groot belang. In het sectorakkoord ‘Klaar voor de toekomst!' hebben de VO-raad en staatssecretaris Dekker afspraken gemaakt over prioriteiten, doelstellingen, maatregelen en investeringen in het voortgezet onderwijs in de periode tot en met 2017. Met dit Sectorakkoord wordt een impuls gegeven aan de verdere ontwikkeling van professionele onderwijsorganisaties, waarin professionals vanuit een gedeelde visie op onderwijs voor een gezamenlijke opdracht staan: het realiseren van toekomstbestendig voortgezet onderwijs. Het Sectorakkoord is verder uitgewerkt in het actieplan ‘Naar een aantrekkelijk lerarenberoep in een sterke sector’.

PO-Raad
Het basisonderwijs en speciaal onderwijs krijgen de komende jaren een enorme kwaliteitsimpuls. Scholen gaan de komende jaren meer digitale leermiddelen gebruiken in de les, talentvolle leerlingen worden sneller herkend en meer uitgedaagd en leraren worden hoger opgeleid. Het kabinet en de PO-Raad hebben afspraken gemaakt hoe de sector de komende jaren nieuwe stappen zet om de onderwijskwaliteit verder te verbeteren. De afspraken zijn vastgelegd in het bestuursakkoord voor de sector primair onderwijs, afgesloten tussen de PO-Raad en staatssecretaris Dekker.

 

Sectorplan onderwijswetenschappen
Onderwijs vormt de basis voor onze economie zoals onderwijswetenschappen de basis van onderwijs vormen. De Commissie Sectorplan Onderwijswetenschappen, onder leiding van Paul Rullman, doet in haar rapport 'Sectorplan onderwijswetenschappen: wetenschap voor het onderwijs’ voorstellen gericht op het versterken van het onderwijsonderzoek- en onderwijs aan de Nederlandse universiteiten.


De Vereniging van Universiteiten VSNU gaf de opdracht tot het opstellen van het sectorplan naar aanleiding van het Nationaal Plan Toekomst Onderwijs- en Leerwetenschappen dat in 2010 verscheen. Het sectorplan richt zich op de profilering en samenwerking van en binnen het onderwijsonderzoek, op vernieuwing van de onderwijskundige masters en het verhogen van de onderzoeksimpact door de verbinding met praktijk en beleid te versterken.


De commissie stelt voor een landelijke onderzoeks- en innovatieagenda op te stellen voor het onderwijs, middelen van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek te bundelen, lectoraten en universitaire onderzoeksprogramma’s te koppelen en academische werkplaatsen op te richten. De verschillende onderwijssectoren spreken momenteel over de implementatie van de aanbevelingen van de commissie.