Print
 
 

Investeringsagenda

 

Universiteiten zijn in gesprek met de universitaire gemeenschap om tot een goede besteding van het te geld komen dat in 2018 vrijkomt door de invoering van het Studievoorschot. Het gesprek tussen staf, studenten en bestuurders moet binnen elke universiteit leiden tot een eigen investeringsagenda voor het onderwijs op basis waarvan het geld vanuit het studievoorschot wordt besteed.

 

Een voortzetting van of ontwikkeling van nieuwe prestatieafspraken, waarmee instellingen worden afgerekend op meetbare indicatoren, is buitengewoon ongewenst. Het traject dat universiteiten voor ogen hebben, is veel beter dan top-down prestatieafspraken, omdat studenten en docenten veel beter dan de overheid weten waar de knelpunten in het onderwijs zitten.

Universiteiten, hogescholen en studentenorganisaties ISO en LSVb zijn het samen eens over de ambities om de onderwijskwaliteit te verhogen. De middelen uit het Studievoorschot moeten worden besteed aan intensiever onderwijs, meer en betere begeleiding van studenten, professionalisering van docenten en passende studiefaciliteiten.

 

Strategische onderwijsvisie gezamenlijke universiteiten

In juni 2015 heeft de VSNU de strategische onderwijsvisie van de gezamenlijke universiteiten gepresenteerd met daarin haar ambities voor de komende jaren. Universiteiten willen onder andere meer ‘docent per student’, meer diversiteit in het onderwijsaanbod, de beste onderzoekers voor de klas zetten en het contact tussen studenten en docenten intensiever maken door meer individuele feedback en begeleiding.



Gezamenlijke investeringsagenda ISO, LSVb, VH en VSNU

Het ISO, de LSVb, de Vereniging Hogescholen en de VSNU hebben een gezamenlijk investeringsagenda opgesteld, waarbij kernpunt is dat de investeringen ten goede komen aan de kwaliteit van het hoger onderwijs, zodat alle studenten hiervan profiteren. Hiermee kan een kwaliteitsimpuls worden gegeven aan het hoger onderwijs, dat nu meer studenten telt dan ooit. De middelen komen onder andere ten goede aan kleinschaliger en intensiever onderwijs, professionalisering van universitaire docenten en modernisering van studiefaciliteiten. Niet alle hogescholen en universiteiten hebben dezelfde investeringsbehoefte. Daarom vinden alle vier de partijen het van groot belang dat er, in samenspraak met studenten, en docenten verdere invulling wordt gegeven aan de investeringen op de verschillende hogescholen en universiteiten. Alleen zo wordt recht gedaan aan het diverse en geprofileerde hoger onderwijslandschap in Nederland. Dat betekent dat we alleen op hoofdlijnen afspraken willen met de overheid en geen nieuw model van prestatieafspraken en overheidssturing op detailniveau. Bovendien is met de invoering van het studievoorschot ook geregeld dat medezeggenschapsraden instemmingsrecht krijgen op de hoofdlijnen van de begroting, zodat de medezeggenschapsrechten ook op dit punt worden versterkt.
 

 

Strategische agenda minister Bussemaker

In juli 2015 presenteerde Minister Bussemaker van Onderwijs Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2015-2025 ‘De waarde(n) van weten’.

 

Universiteiten onderschrijven de ambities uit de strategische agenda. Het is echter wel van belang om realistisch te zijn. De budgetten zijn beperkt en universiteiten staan nog steeds voor lastige keuzes. Universiteiten vragen om vertrouwen en voldoende ruimte om op lokaal niveau, samen met de medezeggenschap, de prioriteiten te stellen.

 

Universiteiten steunen de investeringsrichtingen die op lokaal niveau in nauw overleg met de medezeggenschap verder uitgewerkt dienen te worden. Universiteiten hebben moeite met de verschillende landelijke potjes en doelsubsidies die de minister instelt. Universiteiten waarschuwen voor een toename van de administratieve rompslomp.

 

De minister loopt daarnaast in haar Strategische Agenda vooruit op een volgend hoofdlijnenakkoord en op kwaliteitsafspraken. Universiteiten benadrukken dat het huidige instrumentarium van hoofdlijnenakkoord en prestatieafspraken eerst grondig geëvalueerd dient te worden alvorens het gesprek aan te gaan over de vormgeving van kwaliteitsafspraken. De nadruk moet liggen op het versterken van de interne dialoog met  studenten en staf over het te voeren beleid. Via de eigen instellingsplannen leggen de universiteiten vervolgens verantwoording af richting de samenleving en de overheid over de gemaakte keuzes.