Print
 
 

Internationale studenten leveren Nederland jaarlijks anderhalf miljard op



Internationale studenten die na hun afstuderen in Nederland blijven werken, leveren jaarlijks 1,57 miljard op voor de schatkist. Dat berekent EP-Nuffic op basis van nieuwe cijfers van het CBS en het rekenmodel van het CPB in een studie naar de opbrengsten van internationale studenten.

1,57 miljard per jaar
EP-Nuffic schat met behulp van nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat tenminste 25% van de afgestudeerde internationale studenten een leven lang in Nederland zal blijven. Op basis van het rekenmodel dat het Centraal Planbureau (CPB)  hanteert, en de huidige in- en uitstroomcijfers betekent dat een jaarlijks positief saldo voor de Nederlandse schatkist van €1.57 miljard. Dat is meer dan tot nu toe werd aangenomen.

75.000 internationale studenten
Aan de Nederlandse universiteiten en hogescholen volgen bijna 75.000 internationale studenten  met 161 verschillende nationaliteiten een volledige studie. Van alle internationale studenten die in 2008, 2009 en 2010 afstudeerden, woont respectievelijk 42%, 38% en 36% na 5 jaar nog in Nederland. Ze werken even vaak en verdienen evenveel als hun Nederlandse leeftijdgenoten.

De studie bevestigt het beeld dat tijdens de eerdere meting al ontstond. Internationale studenten in de studierichtingen Techniek, Gezondheid en Natuur blijven gemiddeld vaker en langer in Nederland. In die studierichtingen is de kans op een baan groter dan in andere sectoren.

De opbrengsten van internationale studenten zijn niet alleen goed voor de staatskas en de Nederlandse kenniseconomie. Deze studenten dragen bij aan de kwaliteit van het onderwijs: ze halen hogere cijfers en studeren sneller af dan hun Nederlandse klasgenoten.

Ze zorgen voor een international classroom, waarin ze hun kennis en ervaring delen met hun medestudenten. Elke student kan zo internationale competenties opdoen. Ook als ze teruggaan naar hun land van herkomst blijken internationale studenten ambassadeurs voor het Nederlandse onderwijs en bedrijfsleven en kunnen ze economische en diplomatieke deuren openen.