Print
 
 

Instellingstoets

 

Vanaf 2011 kunnen universiteiten een speciale toets aanvragen voor de kwaliteit van hun instelling. Als de 'instellingstoets kwaliteitszorg' positief is, dan hoeft de universiteit bestaande opleidingen minder uitgebreid te laten beoordelen dan voorheen. De beperkte opleidingsbeoordeling bestaat uit drie standaarden in plaats van de zestien bij de uitgebreide opleidingsbeoordeling.

 

Net als bij de opleidingsaccreditatie wordt de instelling bij het uitvoeren van een instellingstoets beoordeeld door een onafhankelijke commissie van experts. Aan de hand van een door de instelling opgestelde kritische zelf-evaluatie en een bezoek op locatie vormen zij hun oordeel. Het bezoek aan de instelling beslaat minimaal twee dagen. Tijdens dit proces staan de volgende vijf vragen centraal:

 

  • Wat is de visie van de instelling op de kwaliteit van haar onderwijs?
  • Hoe wil de instelling deze visie realiseren?
  • Hoe meet de instelling in hoeverre deze visie wordt gerealiseerd?
  • Hoe werkt de instelling aan verbetering?
  • Wie is waarvoor verantwoordelijk?

 

Tijdens het bezoek spreekt de commissie met verschillende gesprekspartners. Zij spreekt in ieder geval met: het instellingsbestuur, voor het onderwijs bevoegde management, kwaliteitszorgdeskundigen en andere relevante staffunctionarissen, docenten en studenten uit vertegenwoordigende organen.

 

De instellingstoets wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de NVAO. Het uiteindelijke besluit van de instellingstoets wordt genomen door de NVAO op basis van het adviesrapport van de commissie van experts. Meer gedetailleerde informatie over de instellingstoets is te vinden in het NVAO beoordelingskader "instellingstoets kwaliteitszorg 2011" (link).

 

Alle universiteiten hebben inmiddels de instellingstoets met een positief resultaat doorlopen. De rapporten van de uitgevoerde instellingsbezoeken zijn beschikbaar op de website van de NVAO (link).