Print
 
 

Europese Unie (EU)


Europa wordt van steeds grotere betekenis voor hoger onderwijs en onderzoek. De verdere invulling van de Europese Hoger onderwijsruimte (Bologna) en de Europese Hoger Onderzoeksruimte zijn daar duidelijke voorbeelden van. De Europese programma’s bieden steeds meer handvatten voor het aangaan van samenwerking, het faciliteren van uitwisseling (studenten en staf) en het gericht investeren in kennisvermeerdering en economische groei. Zij moeten ook bijdragen aan het functioneren van de afgestudeerden op de Europese arbeidsmarkt. Dit alles heeft ook gevolgen voor de bewegingen van talent: kenniscirculatie speelt zich in hoge mate richting Noordwest Europa af, mede veroorzaakt door de regionaal sterk verschillende werkloosheid onder jongeren.
 

Daarnaast zijn de investeringen in hoger onderwijs en onderzoek enorm toegenomen in regio’s met opkomende economieën, zowel publiek als privaat (bijvoorbeeld collegegeld inkomsten). Ontwikkelingen in de huidige belangrijke partnerlanden voor Nederland, de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) en de next eleven (Bangladesh, Egypte, Indonesië, Iran, Mexico, Nigeria, Pakistan, Filipijnen, Zuid-Korea, Turkije en Vietnam), zullen impact hebben op de concurrentieverhoudingen van Nederland (zij doen ook in toenemende mate mee in de war for talent), maar zullen ook nieuwe samenwerkingsmogelijkheden bieden. De concurrentie op het gebied van onderwijs en onderzoek neemt toe, inclusief het ontstaan van nieuwe internationale topuniversiteiten zowel in Europa als elders in de wereld.